Europees strafrecht
Duits vervolgings-EAB. Uitspraak. Artikel 13 OLW: Feit heeft zich volledig afgespeeld op Duits grondgebied…
Rechtbank Amsterdam, 22 oktober 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10378 · Rechtbank Amsterdam · 22 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2026-10378
Zaakgegevens
Op 22 oktober 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 22 oktober 2026
- Datum publicatie
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- 13-237193-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:10378
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Duits vervolgings-EAB. Uitspraak. Artikel 13 OLW: Feit heeft zich volledig afgespeeld op Duits grondgebied; verweer van de raadsman verworpen. Artikel 6 OLW: Geen beroep op de terugkeergarantie; overlevering wordt niet afhankelijk gemaakt van de terugkeergarantie. Overlevering toegestaan.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-237193-26
Datum uitspraak: 22 oktober 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 28 augustus 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 22 juli 2026 door het Amtsgericht Krefeld (Krefeld Local Court), Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] (Nederland),
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
nu uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1 Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 oktober 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. P. Ghasemi, advocaat in Eindhoven, die waarnam voor zijn kantoorgenoot, mr. G. Havenith.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.
3. Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een arrest warrant van 4 februari 2026 van the Krefeld Local Court met kenmerk 23e Gs 107/26 (107 Js 221/26).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.
4 Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het strafbare feit aangewezen als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
oplichting.
Uit het EAB volgt dat voor dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd.
Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.
5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit, maar heeft ter zitting aangegeven geen beroep te doen op artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank zal daarom de overlevering niet afhankelijk maken van een terugkeergarantie.
6 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht de overlevering op grond van dit artikel te weigeren. Volgens de raadsman heeft het feit gedeeltelijk op Nederlands grondgebied plaatsgevonden, nu de opgeëiste persoon met de auto vanuit Duitsland naar Nederland is gereden en zich in de auto bevond ten tijde van zijn aanhouding. Daarnaast heeft de opgeëiste persoon meerdere openstaande feiten in Nederland. Volgens de raadsman heeft de opgeëiste persoon belang bij een gezamenlijke afhandeling van deze zaken.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat artikel 13 OLW niet van toepassing is. Het feit heeft geheel in Duitsland plaatsgevonden, aangezien de auto daar weggenomen is. Subsidiair stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat afgezien dient te worden van de weigeringsgrond, omdat het bewijs zich in Duitsland bevindt, het onderzoek in Duitsland is aangevangen, de auto in Duitsland is weggenomen, het slachtoffer zich in Duitsland bevindt en het Nederlandse Openbaar Ministerie niet van plan is om de opgeëiste persoon voor deze zaak te vervolgen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt op grond van de feitomschrijving in onderdeel e) van het EAB vast dat de opgeëiste persoon ervan verdacht wordt dat hij een auto in Duitsland heeft weggenomen toen hij daar een proefrit ging maken met de auto. Het feit vond dus plaats op Duits grondgebied. De omstandigheid dat de opgeëiste persoon vervolgens met de auto naar Nederland is gereden en daar is aangehouden, doet daar niet aan af omdat het feit waarvan de opgeëiste persoon in Duitsland verdacht wordt, al voltooid was op Duits grondgebied. De weigeringsgrond van artikel 13 OLW is daarom niet van toepassing. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.
7 Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.
8 Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
9 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Krefeld (Krefeld Local Court), Duitsland, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. E.M. de Bie, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en E. van den Brink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk en M.C. Nooij, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 22 oktober 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.