Europees strafrecht
Vervolgings-EAB Frankrijk. Overlevering toegestaan. Artikel 6, eerste lid, OLW. De opgeëiste persoon heeft de…
Rechtbank Amsterdam, 14 januari 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:137 · Rechtbank Amsterdam · 14 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2026-137
Zaakgegevens
Op 14 januari 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 januari 2026
- Datum publicatie
- 14 januari 2026
- Zaaknummer
- 13-343597-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:137
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervolgings-EAB Frankrijk. Overlevering toegestaan. Artikel 6, eerste lid, OLW. De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit, maar heeft geen beroep gedaan op de terugkeergarantie. Artikel 11 OLW. Detentieomstandigheden in Frankrijk. De rechtbank is van oordeel dat de individuele garantie het algemene reële gevaar van schending van de grondrechten voor de opgeëiste persoon wegneemt. De detentieomstandigheden van de opgeëiste persoon na overlevering aan Frankrijk staan daarom niet aan de overlevering in de weg.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-343597-25
Datum uitspraak: 14 januari 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 22 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 7 november 2025 door the Public Prosecutor at the Paris Judicial Court, Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] ,
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] ,
uit anderen hoofde gedetineerd in de [detentieadres]
,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1 Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 31 december 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. R. van den Hemel, advocaat in Rotterdam.
De rechtbank heeft voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.
3. Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een arrest warrant issued on 5 September 2025 issued by Grègoire Lefebvre, Vice-President in charge of the investigation at the Paris Judicial Court, met referentienummer 25248000270.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Frans recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.
4 Strafbaarheid
Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
moord en doodslag, zware mishandeling.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Frankrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Op 5 december 2025 is daarom door the Deputy Public Prosecutor of the Tribunal judiciaire de Paris ten behoeve van de opgeëiste persoon een terugkeergarantie afgegeven. De opgeëiste persoon heeft op de zitting echter kenbaar gemaakt dat hij geen beroep wenst te doen op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank komt daarom niet toe aan de beoordeling of zij artikel 6, eerste lid, OLW zal toepassen en zal de overlevering dus niet afhankelijk maken van de terugkeergarantie.
6 Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden in Frankrijk
Inleiding
In twee uitspraken van 5 augustus 2025 heeft de rechtbank een algemeen gevaar van schending van grondrechten aangenomen voor personen die worden gedetineerd op een mannenafdeling in een Huis van Bewaring in Frankrijk. Dat algemene gevaar betreft het structurele probleem van overbevolking, waardoor er een reëel risico bestaat dat gedetineerden worden geplaatst in een meerpersoonscel met een persoonlijke leefruimte van minder dan drie m². Mannelijke verdachten en veroordeelden die een (rest)straf korter dan twee jaar uitzitten, worden in een Huis van Bewaring gedetineerd, en zo ook de opgeëiste persoon. Voor hem geldt dus het hiervoor bedoelde algemeen gevaar van schending van zijn grondrechten in detentie in Frankrijk.
Gelet op dit algemeen gevaar heeft het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) gevraagd waar de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd en hoe de omstandigheden aldaar zijn.
Bij brief van 18 december 2025 heeft het Hoofd van het Bureau voor internationale rechtshulp in strafzaken van het Ministerie van Justitie in Parijs – voor zover relevant – de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“(…) meldt het Parket van Parijs ons dat de heer [de opgeëiste persoon] , [de opgeëiste persoon] , in principe moet worden ondergebracht in de gevangenis van FleuryMérogis onder de bevoegdheid van hof van beroep van Parijs, met een bezettingsgraad, per 15 december 2025, van 178,8% volgens de Franse normen voor de berekening van de bezettingsgraad in gevangenissen.
[…]
In de gevangenis van Fleury-Mérogis, net als in alle andere Franse gevangenissen, wordt de capaciteit berekend in overeenstemming met de bepalingen van de rondzendbrief van 16 maart 1988 en de nota van 18 maart 2014 ter specificering van de procedure voor elke wijziging van de operationele capaciteit. […]
De operationele capaciteit wordt berekend in plaatsen in verhouding tot de vloeroppervlakte van de ruimte. De oppervlakte van de sanitaire ruimte is begrepen in de totale oppervlakte van de ruimte en varieert tussen 1,4 en 1,8 m2 afhankelijk van de technische beperkingen. De Franse normen bepalen dat:
- cellen met een oppervlakte kleiner dan 11 m2 worden beschouwd als individuele cellen;
- […]
Op 1 december 2025 beschikt het huis van bewaring voor mannen over 2338 cellen voor meerderjarigen voor 2505 operationele plaatsen waarvan 205 cellen voor evenveel operationele plaatsen in de aankomstafdeling, waar de heer [de opgeëiste persoon] bij zijn eventuele overlevering zal worden ondergebracht, in een individuele cel .
De afdeling "huis van bewaring voor mannen" beschikt over:
- […]
- 205 cellen met een oppervlakte van 9 tot 10 m2 en een theoretische capaciteit van 1 plaats voor de aankomstafdeling.
[…] Elke cel beschikt over een sanitaire ruimte, gescheiden van de rest van de cel, met toilet en wastafel met toegang tot koud en warm water en een verwarmingssysteem. […]”
De rechtbank leidt uit het antwoord van de Franse autoriteiten af dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden gedetineerd in de detentie-instelling in Fleury-Mérogi, waarbij de opgeëiste persoon zal worden ondergebracht in de aankomstafdeling. De rechtbank is op grond van de verstrekte informatie van oordeel dat voornoemde individuele garantie het door de rechtbank aangenomen algemene reële gevaar van schending van de grondrechten voor de opgeëiste persoon wegneemt. De detentieomstandigheden van de opgeëiste persoon na overlevering aan Frankrijk staan daarom niet aan de overlevering in de weg.
7 Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
8 Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.
9 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Public Prosecutor at the Paris Judicial Court, Frankrijk, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. I. Verstraeten, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en M. Scheeper, rechters,
in tegenwoordigheid van M.L. Kole, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 januari 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.