Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam · Eerste en enige aanleg · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 24 november 2021

Zaakgegevens

Op 24 november 2021 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
24 november 2021
Datum publicatie
26 november 2021
Zaaknummer
13/752124-21 (EAB II)
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2021:6838
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

EAB Duitsland, toestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/752124-21 (EAB II)

RK nummer: 21/5484

Datum uitspraak: 24 november 2021

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 12 oktober 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 22 september 2021 door het Amtsgericht Freiburg (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon 1] alias [opgeëiste persoon 2] alias [opgeëiste persoon 3],

geboren te [geboorteplaats 1] (Egypte) op [geboortedag 1] 1998

alias geboren te [geboorteplaats 2] (Egypte) op [geboortedag 2] 1996,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de [detentieadres],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 november 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Arabische taal. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Egyptische nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van de Rechtbank van Freiburg van 23 maart 2018/1 oktober 2018 met kenmerk 18 Ls 611 Js 15754/17 jug.

In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.

Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4 Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

diefstal, meermalen gepleegd

diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

5 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

6 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 310, 311 Wetboek van Strafrecht, 3, 11 Opiumwet en 2, 5 en 7 OLW.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon 1] alias [opgeëiste persoon 2] alias [opgeëiste persoon 3] aan het Amtsgericht Freiburg (Duitsland).

Aldus gedaan door

mr. C. Klomp, voorzitter,

mrs. J.P.W. Helmonds en D. Hein, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K. Spanjaart, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 24 november 2021.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.