Europees strafrecht

Vervolgings-EAB uit Duitsland. Overlevering toegestaan.

Rechtbank Amsterdam, 23 maart 2022

Zaakgegevens

Op 23 maart 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
23 maart 2022
Datum publicatie
26 april 2022
Zaaknummer
13/751826-21, RK 21/4285
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2022:2276
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervolgings-EAB uit Duitsland. Overlevering toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751826-21

RK nummer: 21/4285

Datum uitspraak: 23 maart 2022

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 2 augustus 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 21 juni 2021 door het Amtsgericht Würzberg (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

Zitting 12 januari 2022

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 12 januari 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst voor bepaalde tijd om de advocaat in de gelegenheid te stellen stukken te overleggen ter onderbouwing van het bestaan van een duurzaam verblijfsrecht van de opgeëiste persoon.

Zitting 9 maart 2022

De behandeling van de vordering is, met instemming van partijen, in gewijzigde samenstelling hervat op de openbare zitting van 9 maart 2022 in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman.

De rechtbank heeft ter zitting geconstateerd dat het de raadsman niet is gelukt om de genoemde stukken te overleggen.

De rechtbank stelt vast dat in de onderhavige zaak de termijn van 90 dagen waarbinnen de rechtbank ex artikel 22 OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, reeds is verstreken. Dat betekent dat de rechtbank de beslistermijn niet meer kan verlengen en dat als gevolg daarvan geen grondslag meer bestaat voor gevangenhouding.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Spaanse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel, uitgevaardigd door het Amtsgericht Würzberg (Duitsland) op 21 augustus 2021.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten.

Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4 Strafbaarheid

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd.

5 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

6 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Würzberg (Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.


Aldus gedaan door

mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,

mrs. P. van Kesteren en E.G.M.M. van Gessel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.M. Rus, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 23 maart 2022.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.