Europees strafrecht

EAB Polen; verweer m.b.t. artikel 12 OLW verworpen; overlevering toegestaan

Rechtbank Amsterdam, 26 januari 2022

Zaakgegevens

Op 26 januari 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
26 januari 2022
Datum publicatie
24 februari 2022
Zaaknummer
13/752225-21
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2022:810
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

EAB Polen; verweer m.b.t. artikel 12 OLW verworpen; overlevering toegestaan

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/752225-21 (EAB I)

RK nummer: 21/6030

Datum uitspraak: 26 januari 2022

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 4 november 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 22 september 2021 door the Warsaw Regional Court, VIII Penal Division (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1992,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de [detentieadres],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 15 december 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. D. Bektesevic, advocaat te Amsterdam, en een tolk in de Poolse taal.


Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

De rechtbank heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst om de zaak gelijktijdig af te doen met de zaak met parketnummer 13/752228-21 (EAB III), met dien verstande dat deze zaak voor het verstrijken van de beslistermijn (30 januari 2022) weer op zitting moet worden gepland.

De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 12 januari 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon heeft middels een schriftelijke verklaring afstand gedaan van zijn recht aanwezig te zijn bij de zitting. Zijn raadsman is wel verschenen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een judgement of the District Court of Warsaw Mokotów of 31 August 2012 (III K 616/12).

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog één jaar, elf maanden en 29 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.

Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

De raadsman heeft betoogd dat de overlevering moet worden geweigerd. Het betreft een verstekvonnis, de opgeëiste persoon is niet in persoon gedagvaard en géén van de omstandigheden als bedoeld in artikel 12, sub b tot en met d, OLW heeft zich voorgedaan. Aangezien er een gebrek kleeft aan de oproeping, kan niet worden gezegd dat de opgeëiste persoon kennelijk onzorgvuldig is geweest.

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis, terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Uit het EAB volgt echter dat zich de omstandigheid heeft voorgedaan, zoals bedoeld in artikel 12, sub a, OLW. De opgeëiste persoon is in persoon gedagvaard voor het proces. Van enig gebrek ten aanzien van de oproeping is niet gebleken. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is dus niet van toepassing.

5 Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

Het feit levert naar Nederlands recht op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

6 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

7 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Warsaw Regional Court, VIII Penal Division (Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Aldus gedaan door

mr. P. van Kesteren, voorzitter,

mrs. M. van Mourik en E.G.M.M. van Gessel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 26 januari 2022.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.