Europees strafrecht

EAB Duitsland; overlevering toegestaan.

Rechtbank Amsterdam, 2 maart 2023

Zaakgegevens

Op 2 maart 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
2 maart 2023
Datum publicatie
2 maart 2023
Zaaknummer
13/336731-22
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:1188
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

EAB Duitsland; overlevering toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/336731-22

RK nummer: 23/19

Datum uitspraak: 2 maart 2023

UITSPRAAK

op de vordering van de officier van justitie van 4 januari 2023 bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 8 september 2022 door het Amtsgericht Mannheim, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] alias [alias opgeëiste persoon],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 16 februari 2021. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door haar raadsman, mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat in Hoofddorp, die geen verweren ten aanzien van het EAB heeft gevoerd.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat zij [opgeëiste persoon] heet en dat de overige bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een arrestatiebevel van het Amtsgericht Mannheim van 8 november 2021 (42 Gs 2533/21).

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.

4 Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 18, te weten:

georganiseerde of gewapende diefstal.

Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Haar overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.

De Senior Public Prosecutor te Mannheim heeft op 25 januari 2023 de volgende garantie gegeven:

“This is to assure you that the prosecuted person [alias opgeëiste persoon] (alias [opgeëiste persoon]

), born on [geboortedag] 1995, will be transferred to the Netherlands

for further enforcement of the punishment in the event of a legally effective verdict

in the Federal Republic of Germany on the basis of the valid Version of

Framework Decision 2008/909/JHA of the Council of 27 November 2008 on the

application of the principle of mutual recognition to judgments in criminal matters

imposing custodial sentences or measures for the purpose of their enforcement

in the European Union (OJ L 327 of 5.12.2008, p. 27).”

Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] alias [alias opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Mannheim (Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.


Aldus gedaan door

mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,

mrs. G.M. Beunk en J.H. Beestman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 2 maart 2023.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie onderdeel e) van het EAB.