Europees strafrecht
Overlevering, Duitsland, verzoek aanvullende toestemming o.b.v. art. 14 lid 1 sub f, OLW. Toestemming verleend.
Rechtbank Amsterdam, 22 maart 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:1652 · Rechtbank Amsterdam · 22 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2023-1652
Zaakgegevens
Op 22 maart 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 22 maart 2023
- Datum publicatie
- 22 maart 2023
- Zaaknummer
- 22/3069
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:1652
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Overlevering, Duitsland, verzoek aanvullende toestemming o.b.v. art. 14 lid 1 sub f, OLW. Toestemming verleend.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
RK-nummer: 22/3069
Datum beslissing: 22 maart 2023
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 10 juni 2022, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door het Kantongerecht Duisburg-Ruhrort, Duitsland, op
30 juni 2021 en betreft:
[overgeleverde persoon]
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] (Duitsland),
met de Duitse nationaliteit,
hierna te noemen: ‘de overgeleverde persoon’.
1 Beoordeling
Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ.
Na navraag bij de verzoekende autoriteit met betrekking tot het hoorrecht van de overgeleverde persoon in deze procedure, is een proces-verbaal van 6 december 2022 van het Amtsgericht Rheinbach toegestuurd. Daaruit volgt dat de overgeleverde persoon bij dat verhoor uitleg heeft gekregen “over de feitelijke en juridische situatie volgens de nota van het Openbaar Ministerie Duisburg van 14.11.2022.” Deze nota (de rechtbank begrijpt: brief) zit ook in het dossier en ziet op de door de rechtbank per e-mailbericht van 8 juni 2022 gestelde vragen met betrekking tot het hoorrecht van de overgeleverde persoon in deze procedure. De overgeleverde persoon heeft hierop tijdens het verhoor van 6 december 2022 gereageerd (zonder inhoudelijk verweer te voeren).
De rechtbank leidt hieruit af dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken. Een en ander zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 oktober 2021.
De voorhanden zijnde stukken zijn daarom toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan. De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.
2 Beslissing
De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, en derde lid, OLW toestemming voor de tenuitvoerlegging van de straf opgelegd aan [overgeleverde persoon] voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 22 maart 2023 door
mr. M.T.C. de Vries, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en R. Godthelp, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier.