Europees strafrecht
Verzoek om aanvullende toestemming Duitsland. Art. 14, lid 3, aanhef onder F, OLW. Aanvullende vragen gesteld…
Rechtbank Amsterdam, 9 februari 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:1748 · Rechtbank Amsterdam · 9 februari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2023-1748
Zaakgegevens
Op 9 februari 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 februari 2023
- Datum publicatie
- 28 maart 2023
- Zaaknummer
- 22/2862
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:1748
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om aanvullende toestemming Duitsland. Art. 14, lid 3, aanhef onder F, OLW. Aanvullende vragen gesteld m.b.t. het hoorrecht van de overgeleverde persoon. Verzoek ingetrokken OvJ niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
RK-nummer: 22/2862
Datum beslissing: 9 februari 2023
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 31 mei 2022, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging voor een feit dat vóór het tijdstip van de overlevering zou zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door het Amtsgericht Bielefeld (Duitsland) op 11 januari 2022 en betreft:
[naam]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.
1 Beoordeling
Omdat uit het dossier niet blijkt dat de betrokkene feitelijk de mogelijkheid heeft gehad al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken, heeft de rechtbank het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) op 7 juni 2022 verzocht hierover nadere vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.
De rechtbank heeft vervolgens meermaals (27 september 2022, 30 november 2022 en 1 februari 2023) geïnformeerd naar de stand van zaken. Het IRC heeft op 1 februari 2023 meegedeeld dat het verzoek om aanvullende toestemming niet meer van kracht is, omdat de Duitse uitvaardigende justitiële autoriteit het verzoek per 21 juni 2022 heeft ingetrokken.
De intrekking van het verzoek leidt er toe dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering tot het in behandeling nemen van het verzoek om aanvullende toestemming.
2 Beslissing
De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het verzoek om aanvullende toestemming.
Deze beslissing is genomen op 9 februari 2023 door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. A.J.R.M. Vermolen en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster griffier.