Europees strafrecht

De rechtbank ziet af van haar bevoegdheid om de overlevering op grond van artikel 12 OLW te weigeren.

Rechtbank Amsterdam, 13 juni 2023

Zaakgegevens

Op 13 juni 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
13 juni 2023
Datum publicatie
23 juni 2023
Zaaknummer
13/125682-23
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:3923
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank ziet af van haar bevoegdheid om de overlevering op grond van artikel 12 OLW te weigeren.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/125682-23

Datum uitspraak: 13 juni 2023

UITSPRAAK

op de vordering van 29 maart 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 15 mei 2020 door the Regional Court in Rzeszów (Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1986,

verblijvend op het adres:

[adres opgeëiste persoon] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 mei 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. W.N. Ramnun, advocaat te Breda en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een sentence by the District Court in Rzeszów of 16.04.2019, file ref. no. II K 807/18.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 10 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.

Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB.

3.1

Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

De raadsman van de opgeëiste persoon heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering op grond van dit artikel dient te worden geweigerd. Het betreft een verstekveroordeling en de oproeping heeft de opgeëiste persoon niet bereikt. De raadsman heeft voorafgaand aan de zitting aan de officier van justitie verzocht om aanvullende bewijsstukken, met name de ondertekende adresinstructie, nu de opgeëiste persoon ontkent dat hij een adresinstructie heeft ontvangen.

De officier van justitie heeft verzocht af te zien van de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft te kennen gegeven dat de opgeëiste persoon heeft getekend voor ontvangst van de adresinstructie, dat behoeft – gelet op het vertrouwensbeginsel – geen bewijs. Volgens de officier van justitie heeft de opgeëiste persoon stilzwijgend afstand gedaan van zijn verdedigingsrecht.

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.

Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.

De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.

Uit aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 24 mei 2023 blijkt dat de opgeëiste persoon tijdens het vooronderzoek zijn adres heeft doorgegeven en dat hij, voorafgaand aan zijn verhoor als verdachte, is geïnstrueerd dat hij adreswijzigingen moet doorgeven, waarbij hij is gewezen op de gevolgen als hij zich hier niet aan zou houden. Hij heeft persoonlijk getekend voor ontvangst van deze adresinstructie. Gelet op het vertrouwensbeginsel moet de rechtbank uitgaan van de juistheid van die informatie. De oproeping voor het proces dat tot het vonnis heeft geleid, is verzonden naar het door hem in het vooronderzoek opgegeven adres.

De rechtbank concludeert dat de opgeëiste persoon ofwel stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om bij zijn proces aanwezig te zijn, ofwel dat hij in dit kader kennelijk onzorgvuldig is geweest door ondanks de aan hem gegeven adresinstructie niet bereikbaar te zijn voor de autoriteiten.

4 Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit (blijkens het EAB, gelezen in samenhang met het A-Formulier) aan als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 20, te weten:

oplichting.


Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Rzeszów (Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,

mrs. M. Snijders Blok-Nijensteen en A. Pahladsingh, rechters,

in tegenwoordigheid van R. Rog, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 13 juni 2023.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Nieuw parketnummer ivm GPS. Oude parketnummer was 13.751779-20 Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.