Europees strafrecht

Vervolgings EAB Duitsland, Nederlander, verweer lijstfeit verworpen; geen sprake van evidente…

Rechtbank Amsterdam, 26 juli 2023

Zaakgegevens

Op 26 juli 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
26 juli 2023
Datum publicatie
8 augustus 2023
Zaaknummer
13/123104-23
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:5063
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervolgings EAB Duitsland, Nederlander, verweer lijstfeit verworpen; geen sprake van evidente tegenstrijdigheid tussen het in het EAB omschreven feit en het aangekruiste lijstfeit, terugkeergarantie verstrekt, overlevering toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/123104-23

Datum uitspraak: 26 juli 2023

UITSPRAAK

op de vordering van 22 mei 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 30 september 2022 door het Amtsgericht Regensburg, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981

zonder vaste woon-of verblijfplaats in Nederland,

nu gedetineerd in [detentieplaats] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 12 juli 2023, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht ter zitting te worden gehoord. Zijn gemachtigde raadsvrouw, mr. W.E.R. Geurts, advocaat in Amsterdam, heeft namens hem het woord gevoerd.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een arrestatiebevel van het Amtsgericht Regensburg van 30 september 2022 (kenmerk III Gs 4538/22).

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.

4 Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 20, te weten:

oplichting.

Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

Het standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd, omdat het lijstfeit niet in redelijkheid is aangekruist. Er is sprake van het niet nakomen van een zakelijke overeenkomst. Omdat niet duidelijk is welke oplichtingsmiddelen zijn gebruikt en/of -handelingen zijn verricht, kan het handelen niet als oplichting worden aangemerkt. Om die reden betreft de in het EAB omschreven gedraging ook naar Nederlands recht geen strafbaar feit.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vindt dat geen sprake is van een evidente tegenstrijdigheid tussen het feit zoals dat is omschreven in het EAB en het door de Duitse autoriteiten aangekruiste lijstfeit.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat het aan de uitvaardigende justitiële autoriteit is om, aan de hand van het recht van die lidstaat, te beoordelen of het strafbare feit waarvoor overlevering wordt verzocht onder de hiervoor genoemde lijst valt. Uitgangspunt is dat de rechtbank aan het oordeel van de uitvaardigende justitiële autoriteit is gebonden.

Op basis van wat de raadsvrouw aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding om hiervan af te wijken. Er is immers geen sprake van een evidente tegenstrijdigheid tussen het in het EAB omschreven feitencomplex en het aangekruiste lijstfeit.

5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, hij deze straf in Nederland mag ondergaan.

Der Leitende Oberstaatsanwalt in Regensburg heeft op 17 mei 2023 de volgende garantie gegeven:

“Overlevering van de Nederlandse staatsburger [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] in [geboorteplaats] -Nederland

(…)

Het Openbaar Ministerie Regensburg verzekert dat in geval van een definitieve veroordeling door een Duitse rechtbank tot een vrijheidsstraf die moet worden uitgevoerd, de vervolgde persoon deze straf in Nederland kan uitzitten”.

Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6, en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Regensburg (Duitsland) voor het feit zoals is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. J.G. Vegter, voorzitter,

mrs. J. van Zijl en L. Sanders, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 juli 2023.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Vgl. HvJ EU 6 oktober 2021, C-136/20, ECLI:EU:C:2021:804 (LU (Recouvrement d’amendes de circulation routière)), punt 42.