Europees strafrecht
Pools EAB ter tenuitvoerlegging vonnis - de rechtbank ziet af van de bevoegdheid tot toepassing van de…
Rechtbank Amsterdam, 14 juni 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:5378 · Rechtbank Amsterdam · 14 juni 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2023-5378
Zaakgegevens
Op 14 juni 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 juni 2023
- Datum publicatie
- 21 augustus 2023
- Zaaknummer
- 13/099172-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:5378
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Pools EAB ter tenuitvoerlegging vonnis - de rechtbank ziet af van de bevoegdheid tot toepassing van de weigeringgrond van artikel 12 OLW in verband met het strafbare triggerende feit - toestaan overlevering
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/099172-23
Datum uitspraak: 14 juni 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 14 april 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 15 februari 2017door the District Court in Rzeszów (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983
verblijfadres: [verblijfadres]
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [P.I.]
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1 Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 31 mei 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie.
De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een judgement of the Regional Court in Rzeszów of 19 Feb. 2009 issued in case number X K1986/08.
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing van 19 februari 2009 heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB.
Tevens staat in het EAB onder c) vermeld dat de voorwaardelijk opgelegde straf bij beslissing (ruling) van 1 oktober 2010 is omgezet in een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als gevolg van de veroordeling voor een nieuwe strafbaar feit.
4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
Zaak II 79/10: veroordeling voor nieuw strafbaar feit
Standpunt van de raadsman
Primair dient de overlevering geweigerd te worden aangezien de opgeëiste persoon niet goed op de hoogte is gesteld van de mogelijkheid om verzet of hoger beroep aan te tekenen tegen de veroordeling. Er wordt in de aanvullende informatie vermeld dat het vonnis met appelinstructie aan een adult member of the household is uitgereikt, maar de bewijsstukken waaruit dat blijkt zijn niet verstrekt. Subsidiair dient de behandeling van de zaak te worden aangehouden om helderheid van de Poolse autoriteiten te verkrijgen hoe de uitreiking van het vonnis en de appelinstructie zijn verlopen.
Standpunt van de officier van justitie
De rechtbank kan afzien van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW nu de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon niet zijn geschonden. De opgeëiste persoon heeft een adresinstructie ontvangen en de oproeping en het vonnis zijn naar het door de opgeëiste persoon opgegeven adres verzonden.
Oordeel van de rechtbank
In het EAB staat vermeld dat bij ruling van 1 oktober 2010 de tenuitvoerlegging is bevolen van een bij vonnis van 19 februari 2009 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf omdat de opgeëiste persoon was veroordeeld voor een nieuw strafbaar feit.
Gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 23 maart 2023 in de zaak LU (C514/21) en PH (C515/21), (ECLI:EU:C:2023:235), valt een veroordeling voor het triggerende strafbare feit, dat wil zeggen een veroordeling die de reden vormt voor de beslissing tot de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf, onder de reikwijdte van artikel 4 bis Kaderbesluit 2002/584/JBZ, voor zover deze veroordeling bij verstek is gewezen.
De uitspraak waarbij de opgeëiste persoon is veroordeeld voor dat nieuwe triggerende strafbare feit, de zaak met kenmerk II 79/10, moet op grond van voormeld arrest van het HvJ EU getoetst worden aan artikel 12 OLW. In het bij de e-mail van 12 mei 2023 van de Poolse autoriteiten als bijlage gevoegde D- formulier hebben de Poolse autoriteiten hierover informatie verschaft.
De rechtbank stelt met de verdediging en de officier van justitie op grond van de aanvullende informatie vast dat de opgeëiste persoon niet is verschenen bij het proces in zaak II K 79/10 , dat heeft geleid tot de beslissing van 7 april 2010, zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt. Dat betekent dat de rechtbank de overlevering op grond van artikel 12 OLW kan weigeren.
De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.
Uit de e-mail van 23 mei 2023 blijkt dat de opgeëiste persoon in zaak II K 79/10 op 27 december 2009 in persoon de adresinstructie over zijn rechten en verplichtingen overeenkomstig de inhoud van artikel 139 van de Code of Criminal Procedure uitgereikt heeft gekregen. Deze instructie heeft hij ook ondertekend. Op grond van het vertrouwensbeginsel dient uitgegaan te worden van de juistheid van de verstrekte informatie zonder dat hiervan bewijs hoeft te worden overgelegd.
De oproeping van de opgeëiste persoon voor de zitting in zaak II K 79/10 is blijkens het
D-formulier verzonden naar het door de opgeëiste persoon opgegeven adres. Het op dat adres achtergelaten afhaalbericht is vervolgens op het postkantoor afgehaald door een adult member of the household.
Uit het bovenstaande leidt de rechtbank af dat, terwijl de opgeëiste persoon op de hoogte was van het proces in zaak II K 79/10, hij al dan niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces en dat hij kennelijk onzorgvuldig is geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie.
Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de behandeling van de zaak aan te houden.
5 Strafbaarheid
Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994.
6 Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
7 Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 8 en 176 Wegenverkeerswet 1994 en artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW.
8 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the District Court in Rzeszów (Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J. Vegter, voorzitter,
mrs. M.T.C. de Vries en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 juni 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.