Europees strafrecht

Pools EAB ter tenuitvoerlegging - artikel 12 OLW - overlevering toegestaan

Rechtbank Amsterdam, 3 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 3 oktober 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
3 oktober 2023
Datum publicatie
9 oktober 2023
Zaaknummer
13/175929-23
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:6234
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Pools EAB ter tenuitvoerlegging - artikel 12 OLW - overlevering toegestaan

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/175929-23

Datum uitspraak: 3 oktober 2023

UITSPRAAK

op de vordering van 18 juli 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 16 maart 2023 door the Regional Court in Poznan (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1978,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in [detentieplaats] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 19 september 2023, in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door haar raadsvrouw, mr. F.S. Baardman, advocaat in Utrecht en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Referte

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen weigeringsgronden aan de overlevering van de opgeëiste persoon in de weg staan en zij heeft zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

4 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een decision of the District Court in Trzcianka of 10 March 2020 (Case No. II Ko 108/20) to order the execution of the aggregate custodial sentence of ten months suspended for a probation period and handed down in the judgement of the District Court in Trzcianka on 9 March 2018 (Case No. II K 693/17).

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 10 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis van 9 maart 2018.

Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

5 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Standpunten

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de opgeëiste persoon voldoende haar verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen en dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is.

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Uit het EAB blijkt dat de opgeëiste persoon niet is verschenen bij het proces dat heeft geleid

tot het vonnis waarvan de tenuitvoerlegging wordt verzocht. Voorts staat in het EAB vermeld dat de opgeëiste persoon op 5 februari 2018 in persoon is opgeroepen en dat zij ervan op de hoogte was dat er door de rechtbank een beslissing kon worden genomen als zij niet ter zitting van de rechtbank zou verschijnen.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van het voorgaande kan worden vastgesteld dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 12 onder a OLW. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW doet zich dan ook niet voor.

6 Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder de nummers 20 en 23, te weten:

20. Oplichting.

23. Vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten; vervalsing van betaalmiddelen.

Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

7 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

9 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Poznan (Polen) voor de feiten zoals deze zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. J.G. Vegter, voorzitter,

mrs. B.M. Vroom-Cramer en L. Sanders, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 3 oktober 2023.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.