Europees strafrecht

Executie-EAB uit Polen. Afwijzing aanhoudingsverzoek wegens ingediende procedure in Polen. Overlevering toestaan.

Rechtbank Amsterdam, 18 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 18 oktober 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
18 oktober 2023
Datum publicatie
18 oktober 2023
Zaaknummer
13-190033-23
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:6502
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Executie-EAB uit Polen. Afwijzing aanhoudingsverzoek wegens ingediende procedure in Polen. Overlevering toestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/190033-23

Datum uitspraak: 10 oktober 2023

UITSPRAAK

op de vordering van 2 augustus 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 31 mei 2022 door the Circuit Court Warszawa – Praga in Warsaw, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de [PI] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 september 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. W.F.J. Kramer, advocaat in Utrecht en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Verzoek om aanhouding

De raadsman heeft correspondentie overgelegd met de advocaat van de opgeëiste persoon in Polen. Hieruit blijkt dat de betreffende advocaat op 8 september 2023 een verzoek bij de Poolse autoriteiten heeft ingediend tot uitstel van de executie van de aan de opgeëiste persoon opgelegde straf. Dit verzoek zou volgens de raadsman kunnen leiden tot intrekking van het EAB. De raadsman heeft daarom verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden, om de uitkomst van die procedure af te wachten.

De officier van justitie heeft zich verzet tegen het aanhoudingsverzoek. De opgeëiste persoon staat namelijk nog steeds gesignaleerd, ondanks het gedane verzoek tot uitstel. Het is daarbij ook onzeker of het verzoek zal worden ingewilligd en zelfs als het verzoek wordt ingewilligd, betekent dat niet dat de opgeëiste persoon zijn straf niet meer hoeft uit te zitten.

De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding af. De raadsman heeft niet onderbouwd dat er concreet zicht is op intrekking van het EAB.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een judgment of District Court in Otwock, Polen van 27 november 2018 met referentie II K 779/18.

Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog één jaar, negen maanden en vijf dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemd vonnis.

Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

4 Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

ten aanzien van feit 1:

diefstal vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

ten aanzien van feit 2:

opzetheling of schuldheling.

5 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 312, 416 of 417bis Wetboek van Strafrecht, en 2, 5, 7 OLW.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Circuit Court Warszawa – Praga in Warsaw, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. E.G.M.M. van Gessel, voorzitter,

mrs. B. van Galen en L. Sanders rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 oktober 2023.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.