Europees strafrecht
Executie EAB Duitsland. EAB genoegzaam. Overlevering toegestaan.
Rechtbank Amsterdam, 16 november 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:8680 · Rechtbank Amsterdam · 16 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2023-8680
Zaakgegevens
Op 16 november 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 november 2023
- Datum publicatie
- 24 januari 2024
- Zaaknummer
- 13/216802-23 (EAB II)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:8680
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Executie EAB Duitsland. EAB genoegzaam. Overlevering toegestaan.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/216802-23 (EAB II)
Datum uitspraak: 16 november 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 13 september 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 10 september 2019 door het Amtsgericht Neustadt am Rübenberge (Duitsland) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon 1] alias [opgeëiste persoon 2] ,
geboren te: [geboorteplaats 1] (Duitsland) op [geboortedag 1] 1989 alias [geboorteplaats 2] (Oostenrijk) op
[geboortedag 2] 1988,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1 Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 2 november 2023, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.Y. Kekik, advocaat te Rotterdam en door een tolk in de Duitse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat zijn naam [opgeëiste persoon 1] is en dat hij op [geboortedag 1] 1989 geboren is in Duitsland en dat hij de Turkse nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een voor uitvoerlegging vatbaar vonnis van het Amtsgericht Neustadt am Rübenberge van 10 januari 2013, referentie: 63 Ls 6413 Js 63877/12 (34/12).
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 6 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteert volgens het EAB nog 273 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB.
Genoegzaamheid
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd. Het recht op strafvervolging ter zake van het feit zoals beschreven in EAB III (parketnummer: 13/216988-23) is verjaard en de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de beslissing tot tenuitvoerlegging van de strafrestanten van EAB I (parketnummer: 13/229263-23) en II (parketnummer: 13/216802-23) genomen naar aanleiding van de verdenking zoals beschreven in EAB III. Aangezien het recht op strafvervolging van het feit zoals beschreven in EAB III is verjaard, kan dit niet tot de tenuitvoerlegging van het strafrestant van EAB I en II leiden. Ter onderbouwing is een Duitse brief overgelegd waaruit blijkt dat alle feiten die in de periode van 15 mei 2017 tot en met 26 juni 2018 in de plaats Oldenburg zouden hebben plaatsgevonden, waar EAB III (deels) op ziet, is verjaard. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de behandeling aan te houden om op deze punten aanvullende vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit en daarbij de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon te schorsen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle drie de EAB’s nog actief zijn. Niet vastgesteld kan worden dat de informatie genoemd in de door de raadsman overgelegde Duitse brief (tevens) ziet op het feit dat genoemd is in EAB III. Het referentienummer en de pleegperiode komen niet overeen met die van het EAB. Ook is de brief ondertekend door een justitie-secretaris en niet door de rechter die het EAB heeft uitgevaardigd. Ook blijkt niet uit de stukken dat de tenuitvoerlegging van EAB I en II is ingegeven door de strafrechtelijke vervolging die ten grondslag ligt aan EAB III of dat het gaat om een voorwaardelijke straf, waarbij er een beslissing tot tenuitvoerlegging is genomen. De overlevering wordt bij EAB I en II verzocht omdat er in eerste aanleg een vrijheidsstraf opgelegd die nog niet is uitgezeten.
Oordeel van de rechtbank
Het EAB moet – om te voldoen aan de eisen van genoegzaamheid – onder andere (de melding van) een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis, een aanhoudingsbevel of een andere voor tenuitvoerlegging vatbare gelijkwaardige rechterlijke beslissing bevatten.
Uit het EAB volgt niet dat het Amtsgericht Neustadt am Rübenberge op 10 januari 2013 een (gedeeltelijk) voorwaardelijke vrijheidsstraf aan de opgeëiste persoon heeft opgelegd. Uit het EAB blijkt alleen dat er van de opgelegde straf nog een strafrestant van 273 dagen resteert. Evenmin blijkt uit het EAB dat de tenuitvoerlegging van de reststraf is ingegeven door de strafrechtelijke vervolging die ten grondslag ligt aan EAB III. Nu de rechtbank geen enkele concrete aanwijzing heeft dat de ten uitvoer te leggen straf in eerste instantie voorwaardelijk is opgelegd (en er dus een omzettingsbeslissing is geweest), dan wel het strafrestant moet worden uitgezeten als gevolg van de strafrechtelijke vervolging die ten grondslag ligt aan EAB III, gaat de rechtbank (gelet op het vertrouwensbeginsel) uit van de informatie in dit EAB. Het primaire verweer van de raadsman wordt reeds hierom verworpen. De rechtbank ziet evenmin aanleiding voor het opvragen van nadere informatie en wijst het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie daarom af.
4 Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. Het feit valt op deze lijst onder nummer 18, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5 Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
6 Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5, en 7 OLW.
7 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon 1] alias [opgeëiste persoon 2] aan het Amtsgericht Neustadt am Rübenberge (Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. P. van Kesteren, voorzitter,
mrs. B. van Galen en E. Biçer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.A.B. Fransen, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 november 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.