Europees strafrecht
Tussenuitspraak in Pools executie-EAB. Behandeling aangehouden teneinde de procedure in Polen af te wachten.
Rechtbank Amsterdam, 11 april 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:2079 · Rechtbank Amsterdam · 11 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2024-2079
Zaakgegevens
Op 11 april 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 april 2024
- Datum publicatie
- 11 april 2024
- Zaaknummer
- 13-076633-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2024:2079
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tussenuitspraak in Pools executie-EAB. Behandeling aangehouden teneinde de procedure in Polen af te wachten.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-076633-24 (EAB III)
Datum uitspraak: 11 april 2024
TUSSEN-
UITSPRAAK
op de vordering van 7 maart 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 20 februari 2024 door the Regional Court in Lublin, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1993,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1 Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 28 maart 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman mr. S.J. Römer, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt het volgende:
judgment of the District Court (Sad Rejonowy) in Chelm of the date 3rd August 2021, met referentie VII K 912/20;
judgment of the District Court (Sad Rejonowy) in Chelm of the date 8th November 2021, met referentie VII K 7/21;
judgment of the District Court (Sad Rejonowy) in Chelm of the date 28th December 2021, met referentie VII K 77220.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zeven maanden (VII K 912/20), acht maanden (VII K 7/21) en 8 maanden (VII K 772/20), door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde vonnissen.
Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.
Aanhoudingsverzoek door de raadsman
Door de raadsman is correspondentie met de advocaat van de opgeëiste persoon in Polen overgelegd, inhoudende een verzoek dat bij de Poolse autoriteiten is ingediend, dat zou kunnen leiden tot het vervallen van de grondslag en de intrekking van het onderhavige EAB. De opgeëiste persoon heeft in Polen een verzoek tot het wijzen van een verzamelvonnis gedaan. Dit verzoek is op 25 maart 2024 op zitting behandeld. Op deze zitting is de behandeling van het verzoek in Polen aangehouden, omdat sinds het indienen van het verzoek tot het wijzen van een verzamelvonnis met betrekking tot vonnissen genoemd in twee eerdere EAB’s (13-001029-24 en 13/058328-24) die tegen de opgeëiste persoon zijn uitgevaardigd, inmiddels een verzoek is gedaan tot het betrekken in het verzamelvonnis van de vonnissen genoemd in een derde, zijnde onderhavig, EAB (13/076633-24) dat tegen de opgeëiste persoon is uitgevaardigd. Uit het verhandelde op zitting is gebleken dat het nieuwe verzoek tot het wijzen van een verzamelvonnis ten aanzien van de vonnissen die zijn genoemd in voornoemde drie EAB’s, in Polen zal worden behandeld op 21 april 2024. De raadsman heeft verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden, om de uitkomst van de procedure af te wachten.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich verzet tegen aanhouding van de behandeling. De opgeëiste persoon staat nog steeds gesignaleerd en een toewijzing van het verzoek in Polen betreft een onzekere toekomstige gebeurtenis.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak toe, om de uitkomst van de procedure in Polen af te wachten. De overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon is geschorst en de uitkomst van de behandeling van de zaak in Polen wordt in ieder geval verwacht binnen de beslistermijn van onderhavig EAB.
4 Beslissing
HEROPENT en SCHORST het onderzoek ter zitting tot een nader te bepalen zittingsdatum
en -tijd.
HOUDT AAN de beslissing over de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the District Court in Zamosc the Second Criminal Division, Polen voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
BEPAALT dat de behandeling van de vordering opnieuw op zitting moet worden gepland uiterlijk 14 dagen voor5 juni 2024, het einde van de te verlengen beslistermijn.
BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en
tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.
BEVEELT de oproeping van een tolk voor de Poolse taal tegen een nader te bepalen dag en tijdstip.
Deze tussenuitspraak is gedaan door
mr. R.A. Sipkens, voorzitter,
mrs. A.K. Glerum en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 11 april 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.