Europees strafrecht

Duits EAB ter vervolging - terugkeergarantie - overlevering toegestaan

Rechtbank Amsterdam, 3 april 2024

Zaakgegevens

Op 3 april 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
3 april 2024
Datum publicatie
10 mei 2024
Zaaknummer
13/037453-24
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:2684
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Duits EAB ter vervolging - terugkeergarantie - overlevering toegestaan

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/037453-24

Datum uitspraak: 3 april 2024

UITSPRAAK

op de vordering van 20 februari 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 9 december 2020 door De Directrice van het Kantongerecht Kleve (Duitsland), hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit, en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres]

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 maart 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.J. Admiraal, advocaat in Amsterdam.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3 Referte

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een op 14 oktober 2020 door het Kantongerecht Kleve uitgevaardigd arrestatiebevel. Dossiernummer: 10.Gs 1824/20 (103 Js 148/20).

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.

5 Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. Het feit valt op deze lijst onder nummer 6, te weten:

illegale handel in wapens, munitie en explosieven.

Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

6 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.

De heeft de volgende garantie gegeven:

“Met verwijzing naar uw e-mail d.d. 0' -03-2024 maak ik de volgende

verklaring:·

Er wird verklart, dat de vervolgde persoon, [opgeëiste persoon], in geval van een rechtsgeldige veroordeling in de Bondsrepubliek Duitsland in aansluiting aan de Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 voor de verdere tenuitvoerlegging van de straf naar de Nederlanden terug zal worden gebracht.”

Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

7 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

9 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan De Directrice van het Kantongerecht Kleve (Duitsland) voor het feit zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. C.A. van Dijk, voorzitter,

mrs. A.W.T. Klappe en H.P. Kijlstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 3 april 2024.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.