Europees strafrecht

Polen, EAB, officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard

Rechtbank Amsterdam, 2 juli 2024

Zaakgegevens

Op 2 juli 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
2 juli 2024
Datum publicatie
8 juli 2024
Zaaknummer
13-221188-23
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:4060
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Polen, EAB, officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-221188-23

Datum uitspraak: 18 juni 2024

UITSPRAAK

op de vordering van 23 april 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 23 maart 2022 door het Amtsgericht Bautzen, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1979,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 juni 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. J.X. ten Velden, advocaat in Amsterdam, die waarneemt voor zijn kantoorgenoot, mr. S. Konya, eveneens advocaat in Amsterdam.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. In het EAB wordt de overlevering gevraagd van [naam ] met dezelfde geboortedatum en plaats. De opgeëiste persoon heeft eerder verklaard dat dat de naam was waaronder hij tot zijn naamswijziging in 2017 bekend was en dat hij daadwerkelijk de opgeëiste persoon is.

3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Partijen hebben zich op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkens een mailbericht van 17 juni 2024 het EAB heeft ingetrokken. De raadsman heeft nog – onder overlegging van stukken - aangevuld dat het Duitse aanhoudingsbevel op 11 juni 2024 buiten werking is gesteld nadat de opgeëiste persoon in Duitsland een borgsom heeft betaald.

De rechtbank volgt bovengenoemd standpunt.

4 Beslissing

VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB;

STELT VAST dat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd.


Deze uitspraak is gedaan door

mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,

mrs. M. van Mourik en P. Sloot, rechters,

in tegenwoordigheid van L.E. Poel, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 juni 2024.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet.