Europees strafrecht

Duits EAB ter vervolging - overlevering toegestaan

Rechtbank Amsterdam, 17 juli 2024

Zaakgegevens

Op 17 juli 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
17 juli 2024
Datum publicatie
23 juli 2024
Zaaknummer
13/120110-24
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:4491
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Duits EAB ter vervolging - overlevering toegestaan

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/120110-24

Datum uitspraak: 17 juli 2024

UITSPRAAK

op de vordering van 1 mei 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 28 maart 2024 door het Amtsgericht Keulen (Duitsland), hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit, en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (toenmalige Sovjet-Unie nu Estland) op [geboortedag] 1972
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland
gedetineerd in [detentieplaats]

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 3 juli 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. K.K. Hansen Löve, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Russische taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens is de gevangenhouding bevolen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de nationaliteit van Estland heeft.

3 Referte

De raadsvrouw refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

4 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een door het Amtsgericht Keulen op 28 maart 2024 uitgevaardigd aanhoudingsbevel met zaaknummer 502 Gs 1173/24.

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten.

Deze feiten zijn omschreven in het EAB.

5 Strafbaarheid

5.1

De feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de drie gewapende overvallen aan als een zogenaamd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld.

Deze feiten vallen op deze lijst onder nummer 18, te weten:

georganiseerde of gewapende diefstal;

Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van deze feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.2

Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit van mishandeling niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

Dit feit levert naar Nederlands recht op:

zware mishandeling.

6 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7 Toepasselijke wetsartikelen

Artikel 302 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Keulen (Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M.T.C. de Vries, voorzitter,

mrs. A.J.R.M. Vermolen en D.A. Segbedzi, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 17 juli 2024.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.