Europees strafrecht
Verzoek om aanvullende toestemming Hongarije. Verzoek afgewezen, omdat het hoorrecht niet is geëerbiedigd.
Rechtbank Amsterdam, 9 december 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:10987 · Rechtbank Amsterdam · 9 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2025-10987
Zaakgegevens
Op 9 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 december 2025
- Datum publicatie
- 23 januari 2026
- Zaaknummer
- 1303748525
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:10987
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om aanvullende toestemming Hongarije. Verzoek afgewezen, omdat het hoorrecht niet is geëerbiedigd.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/037485-25
Datum beslissing: 9 december 2025
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 27 februari 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door de Hoge Raad (Curia) van Hongarije op 21 oktober 2024 en betreft:
[de opgeëiste persoon]
geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] (Hongarije)
nu gedetineerd in Hongarije,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.
1 Beoordeling
De rechtbank zal het verzoek tot aanvullende toestemming om de hiernavolgende reden afwijzen.
Hoorrecht
Het is vereist dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken (het zogenoemde hoorrecht), zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 oktober 2021.
Uit de aanvullende informatie van 7 oktober 2025 volgt dat de overgeleverde persoon tijdens een hoorzitting op 3 oktober 2024 alleen te kennen heeft gegeven geen afstand te doen van het specialiteitsbeginsel, maar dat niet met hem is gesproken over een verzoek tot aanvullende toestemming.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft in de aanvullende informatie van 7 oktober 2025 met betrekking tot het hoorrecht, voor zover relevant, het volgende opgemerkt:
“(…) Wij zijn van mening dat alleen als beklaagde niet zelf een verklaring over zijn recht op specialiteit zou hebben afgelegd, men hem apart een verklaring zou moeten laten afleggen over het verzoek om toestemming. Als de Nederlandse autoriteit een aanvullende verklaring nodig heeft voor haar eigen procedure, kan zij deze verkrijgen in de procedure die zij voert.”
De rechtbank stelt vast dat uit de aanvullende informatie volgt dat de overgeleverde persoon niet de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken en dat hij dat ook niet alsnog - na verzoek daartoe van de rechtbank Amsterdam - heeft kunnen doen. Het hoorrecht is dan ook niet geëerbiedigd.
2 Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af. Deze beslissing is genomen op 9 december 2025 door
mr. M. Westerman, voorzitter,
mrs. M. Scheeper en J.T.H. Zimmerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier.