Europees strafrecht

Overlevering. Raadkamer. Vervolg op beslissing van 19 augustus 2025. Het verzoek ex art. 36, eerste lid, OLW…

Rechtbank Amsterdam, 22 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 22 augustus 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
22 augustus 2025
Datum publicatie
13 augustus 2026
Zaaknummer
13.107887.25 (uitstelbeslissing)
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:11535
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Overlevering. Raadkamer. Vervolg op beslissing van 19 augustus 2025. Het verzoek ex art. 36, eerste lid, OLW om aanhouding van de beslissing omtrent de tijd en plaats van de feitelijke overlevering is toegewezen en de vrijheidsbeneming is verlengd. De rechtbank ziet, na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen, aanleiding om de beslissing omtrent de tijd en plaats van de feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon aan te houden vanwege de lopende VI-procedure in Nederland nu is gebleken dat de vordering van het Openbaar Ministerie om de VI te herroepen, door de rechtbank behandeld zal worden op 19 september 2025. Duidelijk is dus wanneer die behandeling op zitting zal gaan plaatsvinden. Daarbij komt dat de belangen van de opgeëiste persoon om die zitting bij te wonen groot zijn vanwege de lange resterende duur van de vrijheidsstraffen in Nederland die daarmee gemoeid zijn. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van de opgeëiste persoon om de zitting op 19 september 2025 bij te kunnen wonen zwaarder wegen dan het belang van de uitvaardigende justitiële autorite in België bij feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Internationale rechtshulpkamer

Parketnummer : 13.107887.25

Aanhouding beslissing omtrent de tijd en plaats van de feitelijke overlevering (artikel 36, eerste lid, OLW) en verlenging vrijheidsbeneming (artikel 34, eerste lid, OLW)

Op 14 augustus 2025 heeft de opgeëiste persoon

[opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[BRP adres] ,

opgegeven verblijfadres: [adres] ,

gedetineerd in [detentieplaats] .

De opgeeiste persoon heeft via zijn raadsvrouw verzocht om de beslissing omtrent de tijd en plaats van zijn feitelijke overlevering aan te houden.

Procedure

Bij uitspraak van 25 juni 2025 heeft de rechtbank de overlevering van de opgeëiste persoon toegestaan aan België om daar te kunnen worden vervolgd voor een aantal strafbare feiten.

Op 4 juli 2025 heeft de rechtbank op vordering van de officier van justitie de

beslissing omtrent de tijd en plaats van de feitelijke overlevering aangehouden (de

rechtbank zal hierna spreken over: uitstel van de feitelijke overlevering) vanwege de tenuitvoerlegging van een in Nederland opgelegde gevangenisstraf in de zaak met

parketnummer 16-078179-25, en de vrijheidsbeneming verlengd met dertig dagen.

De raadsvrouw heeft de rechtbank in deze procedure verzocht om de feitelijke overlevering opnieuw uit te stellen, omdat de opgeëiste persoon geen afstand doet van zijn aanwezigheidsrecht in de procedure strekkende tot opheffing van de voorwaardelijke invrijheidstelling (parketnummer 09-842555-15) (hierna: VI) en hij die procedure met zijn raadsvrouw in Nederland wenst voor te bereiden.

De officier van justitie heeft zich in raadkamer niet verzet tegen uitstel van de feitelijke overlevering in afwachting van de behandeling op zitting van de vordering tot opheffing van de VI. Gevorderd is om de vrijheidsbeneming te verlengen met 30 dagen.

Beoordeling

De rechtbank ziet, na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen, aanleiding om de beslissing omtrent de tijd en plaats van de feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon aan te houden vanwege de lopende VI-procedure in Nederland. Tijdens de behandeling in raadkamer is namelijk gebleken dat de vordering van het Openbaar Ministerie om de VI te herroepen, door de rechtbank behandeld zal worden op 19 september 2025. Duidelijk is dus wanneer die behandeling op zitting zal gaan plaatsvinden. Daarbij komt dat de belangen van de opgeëiste persoon om die zitting bij te wonen groot zijn vanwege de lange resterende duur van de vrijheidsstraffen in Nederland die daarmee gemoeid zijn. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van de opgeëiste persoon om de zitting op 19 september 2025 bij te kunnen wonen zwaarder wegen dan het belang van de uitvaardigende justitiële autorite in België bij feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon.

Het verzoek om aanhouding van de beslissing omtrent de tijd en plaats van de feitelijke overlevering wordt daarom toegewezen.

De rechtbank zal voorts de vrijheidsbeneming verlengen met 30 dagen.

Beslissing

De rechtbank:

WIJST TOE het verzoek ex artikel 36, derde lid, OLW;

BEPAALT dat de beslissing omtrent de tijd en plaats van de feitelijke overlevering wordt aangehouden;

VERLENGT de vrijheidsbeneming op grond van artikel 34, tweede lid, OLW met dertig dagen.

Deze beslissing is genomen op 22 augustus 2025 door

mr. M.C.M. Hamer, rechter,

en in tegenwoordigheid van J.R. Korte, griffier.