Europees strafrecht
Pools vervolgings-EAB. Overlevering toegestaan. Artikel 11 OLW: door de Poolse autoriteiten verstrekte…
Rechtbank Amsterdam, 6 maart 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:1515 · Rechtbank Amsterdam · 6 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2025-1515
Zaakgegevens
Op 6 maart 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 maart 2025
- Datum publicatie
- 11 maart 2025
- Zaaknummer
- 13-408480-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:1515
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Pools vervolgings-EAB. Overlevering toegestaan. Artikel 11 OLW: door de Poolse autoriteiten verstrekte garanties voldoende om het gevaar van schending van grondrechten van gedetineerden in het remand regime in Polen ten aanzien van de opgeëiste persoon weg te nemen.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-408480-24
Datum uitspraak: 6 maart 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 30 december 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 15 oktober 2024 door de Circuit Court in Sieradz - Criminal Divison No. II in Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1979,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in het [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1 Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 februari 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een decision in case II Kp 225/24 regarding temporary arrest van 18 juni 2025 van the District Court in Sieradz.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.
4 Strafbaarheid
Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
-
handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
-
verduistering.
5 Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden in het Poolse remand regime
Inleiding
De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van grondrechten voor gedetineerden die in het remand regime in Polen terechtkomen. Het kernpunt daarbij is dat in een remand regime slechts 3 m² persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die veelal 23 uren per dag op zijn cel doorbrengt.
Ten aanzien van voornoemd algemeen reëel gevaar heeft het Openbaar Ministerie op 9 januari 2025 aanvullende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit gesteld. Naar aanleiding van deze vragen heeft The Circuit Prosecutor's Office in Sieradz, 1st Investigation Division op 17 januari 2025 aanvullende informatie verstrekt waarin ten aanzien van de opgeëiste persoon het volgende wordt gegarandeerd:
1. Suspect [opgeëiste persoon] , after being handed over to Poland, will initially stay for a few to several days in the detention centre closest to the place where the suspect was taken over by Polish Police officers, and then, upon the prosecutor's order, he will be transported in accordance with the district of detention to the Penal Institution in Sieradz, where a preventive measure in the form of temporary detention will be executed.
2. While in the Penal Institution in Sieradz, Mr. [opgeëiste persoon] will be able to take advantage of to walks he is entitled to, cultural and educational activities, club activities, religious services and sports activities. Participation in all activities is voluntary. There are no compulsory activities for temporarily detained prisoners in the Penal Institution in Sieradz.
3. [opgeëiste persoon] will spend 23 hours a day in his residential cell if he decides to take advantage of his 1 hour of daily walk. If he decides to participate in all the offered activities lasting 2-3 hours, he will spend 20 hours in his residential cell.
(…)
7. A detainee under pre-trial detention in the Penal Institution in Sieradz will be provided with a residential cell area of at least 3 (three) square meters. Therefore, the administration of the Penal Institution in Sieradz cannot guarantee an inmate 4 (four) square meters of personal space.
De standpunten van de partijen
Volgens de officier van justitie wordt het gevaar van schending van grondrechten in het Poolse remand regime op basis van de in de aanvullende informatie vervatte garanties voor de opgeëiste persoon weggenomen.
De raadsman heeft zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de in de aanvullende informatie vervatte garanties voldoen om het gevaar van schending van grondrechten van gedetineerden in het remand regime in Polen ten aanzien van de opgeëiste persoon weg te nemen. Uit de garanties blijkt namelijk dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering in een cel wordt gedetineerd waarin hij ten minste 3 m² persoonlijke ruimte tot zijn beschikking heeft. De rechtbank gaat ervan uit, mede gelet op de omstandigheid dat onder 7 wordt gesproken over ‘personal space’, dat daarmee gedoeld wordt op het in Polen geldende wettelijke minimumvereiste van 3m2 celruimte exclusief sanitaire voorzieningen. Verder kan uit de garanties worden opgemaakt dat de opgeëiste persoon – indien hij gebruik maakt van de in the Penal Institution in Sieradz aangeboden dagelijkse wandeling en andere activiteiten – vier uur per dag buiten zijn cel kan doorbrengen.
De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat artikel 11 OLW niet aan de overlevering van de opgeëiste persoon in de weg staat.
6 Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU
De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.
Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.
7 Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
8 Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 321 Wetboek van Strafrecht, 31 en 55 Wet wapens en munitie en 2, 5 en 7 OLW.
9 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Circuit Court in Sieradz - Criminal Divison No. II in Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en H.P. Kijlstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.M. Esschendal, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 6 maart 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.