Europees strafrecht

EAB Italië. Officier van justitie niet-ontvankelijk in vordering tot overlevering omdat het EAB door de…

Rechtbank Amsterdam, 6 maart 2025

Zaakgegevens

Op 6 maart 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
6 maart 2025
Datum publicatie
17 maart 2025
Zaaknummer
13-352871-24
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:1669
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

EAB Italië. Officier van justitie niet-ontvankelijk in vordering tot overlevering omdat het EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit is ingetrokken.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-352871-24

Datum uitspraak: 6 maart 2025

UITSPRAAK

op de vordering van 15 november 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 21 oktober 2024 door the Judge for Preliminary Investigations at the Court of Milan in Italië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

Zitting van 31 december 2024

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 31 december 2024, in

aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is

bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.A. Kaarls, advocaat in ’s-Gravenhage.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW)

uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd (artikel 22, eerste en derde lid, OLW).

Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding

bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

Tussenuitspraak van 14 januari 2025

Bij de tussenuitspraak van 14 januari 2025 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en direct geschorst om – kort gezegd – de officier van justitie in de gelegenheid te stellen vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit betreffende de door de Italiaanse autoriteiten in 2020 en 2021 gegeven detentiegaranties in het licht van een recente rapportage over de detentie-omstandigheden in Italië.

Daarnaast heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd (artikel 22, vijfde lid, OLW), onder gelijktijdige verlenging van de – geschorste – gevangenhouding (artikel 27, derde lid, OLW).

Zitting van 20 februari 2025

De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 20 februari 2025, in

aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon en zijn raadsman zijn beiden – met instemming van de rechtbank – niet verschenen.

De rechtbank heeft de – geschorste – gevangenhouding van de opgeëiste persoon (voorafgaand aan de zitting) op 18 februari 2025 opgeheven.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering tot overlevering ex artikel 23 OLW. Op basis van de aanvullende informatie van de Italiaanse autoriteiten van 17 februari 2025 stelt de rechtbank namelijk vast dat het hierboven genoemde tegen de opgeëiste persoon uitgevaardigde EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit is ingetrokken.

De rechtbank volgt de officier van justitie in zijn standpunt en is van oordeel dat hij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in in zijn vorderding ex artikel 23 OLW van 15 november 2024.

4 Beslissing

VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.


Deze uitspraak is gedaan door

mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,

mrs. E. de Rooij en H.P. Kijlstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.M. Esschendal, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 6 maart 2025.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet. Rb. Amsterdam 14 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:224.