Europees strafrecht

Tegelijkertijd met deze zaak is het EAB met parketnummer 13/015132-25 (EAB I), het EAB met parketnummer…

Rechtbank Amsterdam, 3 april 2025

Zaakgegevens

Op 3 april 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
3 april 2025
Datum publicatie
7 april 2025
Zaaknummer
1301571225
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:2220
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Tegelijkertijd met deze zaak is het EAB met parketnummer 13/015132-25 (EAB I), het EAB met parketnummer 13/015308-25 (EAB II) en het EAB met parketnummer 13/015535-25 (EAB III) behandeld. In die zaken heeft de rechtbank, kort gezegd, besloten om bij tussenuitspraak het onderzoek ter zitting te heropenen. Teneinde in alle zaken tegelijk einduitspraak te kunnen doen, zal de rechtbank daarom ook in deze zaak tussenuitspraak doen en het onderzoek ter zitting heropenen en schorsen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/015712-25 (EAB IV)

Datum uitspraak: 3 april 2025

TUSSEN- UITSPRAAK

op de vordering van 24 januari 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 2 augustus 2022 door het Amtsgericht Koblenz, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] (Polen),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

nu gedetineerd in [detentieadres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 maart 2025, in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.

De raadsman heeft zich ten aanzien van de toelaatbaarheid van de verzochte overlevering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel strekkende tot voorlopige hechtenis van het Amtsgericht Koblenz van 5 juli 2022, met referentie 30 Gs 6246/22 - 2090 Js 39475/22.

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.

4 Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:

georganiseerde of gewapende diefstal.

Uit het EAB volgt dat op dit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5 Heropening

Tegelijkertijd met deze zaak is het EAB met parketnummer 13/015132-25 (EAB I), het EAB met parketnummer 13/015308-25 (EAB II) en het EAB met parketnummer 13/015535-25 (EAB III) behandeld. In die zaken heeft de rechtbank, kort gezegd, besloten om bij tussenuitspraak het onderzoek ter zitting te heropenen. Teneinde in alle zaken tegelijk einduitspraak te kunnen doen, zal de rechtbank daarom ook in deze zaak tussenuitspraak doen en het onderzoek ter zitting heropenen en schorsen.

6 Beslissing

HEROPENT EN SCHORST het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd;

BEPAALT dat de behandeling van het EAB - gelijktijdig met de andere EAB’s tegen de opgeëiste persoon - opnieuw op zitting moet worden gepland uiterlijk 14 dagen vóór 28 april 2025 (het einde van de beslistermijn in de onderhavige procedure);

BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman;

BEVEELT de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen voornoemde nader te bepalen datum en tijdstip.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,

mrs. M.E.M. James - Pater en E. de Rooij, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp en G. Riedijk, griffiers,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 3 april 2025.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.