Europees strafrecht

Pools EAB ter tenuitvoerlegging vonnis - artikel 12 OLW - overlevering toegestaan

Rechtbank Amsterdam, 18 maart 2025

Zaakgegevens

Op 18 maart 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
18 maart 2025
Datum publicatie
2 mei 2025
Zaaknummer
13-408464-24
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:2913
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Pools EAB ter tenuitvoerlegging vonnis - artikel 12 OLW - overlevering toegestaan

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-408464-24

Datum uitspraak: 18 maart 2025

UITSPRAAK

op de vordering van 16 januari 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 21 oktober 2024 door de Regional Court of Torun in Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1981

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[BRP-adres]

gedetineerd in de [P.I.]

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 maart 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon heeft op

4 maart 2025 afstand gedaan van het recht ter zitting aanwezig te zijn. Hij heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde raadsman, mr. M.G. van Wijk, advocaat te Hoorn.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3 Referte

De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

4
4. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een Final sentence of the District Court in Torun of 2n? June 2022 in case file reference II K 581/22.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een cumulatieve vrijheidsstraf voor de duur van drie jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog drie jaar en twee maanden. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.

Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

5 De weigeringsgrond van artikel 12 OLW

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid.

In het EAB staat echter vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon een oproeping heeft ontvangen, waarbij hij is geïnformeerd over de datum en plaats van het proces, en dat hem is meegedeeld dat er buiten zijn aanwezigheid een beslissing kon worden genomen. Onder deze omstandigheid doet zich de situatie als bedoeld onder artikel 12, onder a, OLW voor. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW vindt dan ook geen toepassing.

6 Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

- Diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

- Overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994

7 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8 Toepasselijke wetsbepalingen

Artikel 312 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 WVW 1994 en de artikelen

2, 5 en 7 OLW.

9 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court of Torun, Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,

mrs. M.C. Danel en L. Baroud, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 maart 2025.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.