Europees strafrecht
Executie-EAB uit Frankrijk. Situatie zoals bedoeld in artikel 12, onder c, OLW. Franse…
Rechtbank Amsterdam, 28 januari 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:573 · Rechtbank Amsterdam · 28 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2025-573
Zaakgegevens
Op 28 januari 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 januari 2025
- Datum publicatie
- 30 januari 2025
- Zaaknummer
- 13-366109-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:573
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Executie-EAB uit Frankrijk. Situatie zoals bedoeld in artikel 12, onder c, OLW. Franse detentieomstandigheden: detentieinstelling Villepinte en the Fleury-Mérogis prison zijn eerder al in orde bevonden. Overlevering toegestaan.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-366109-24
Datum uitspraak: 28 januari 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 21 november 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 26 september 2024 door de procureur van de Republiek bij de rechtbank van Bordeaux, Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Congo) op [geboortedag] 1992,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [naam PI] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1 Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 14 januari 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Groot, die waarneemt voor mr. S.J. Römer, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Franse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Franse nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een vonnis bij verstek d.d. 1 maart 2021 (4ème Chambre du Tribunal Correctionnel de Bordeaux – 4de Kamer van de Correctionele rechtbank van Bordeaux), met referentie: parketnummer: 19270000261.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van tien maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog zeven maanden en twintig dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Op grond van het EAB en de aanvullende informatie van 6 december 2024 van de Franse autoriteiten stelt de rechtbank vast dat het vonnis op 7 april 2022 aan de opgeëiste persoon in persoon is betekend, waarbij de opgeëiste persoon is geïnformeerd over zijn recht op hoger beroep waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn en tijdens welke de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, maar de opgeëiste persoon daarvan geen gebruik heeft gemaakt. De rechtbank is daarom van oordeel dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 12, sub c, OLW. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is derhalve niet van toepassing.
4 Strafbaarheid
Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
- oplichting;
- vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten; vervalsing van betaalmiddelen.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Frankrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5 Artikel 11 OLW: Franse detentieomstandigheden
De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat er voor de detentie-instellingen in Nîmes, Nanterre, Bois-d’Arcy en Metz en voor voorlopig gedetineerden ook de detentie-instellingen Lille-Loos-Sequedin, Montauban en Toulouse een algemeen reëel gevaar bestaat dat personen die daar zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest).
In deze zaak hebben de Franse autoriteiten op 20 december 2024 laten weten dat de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden geplaatst in de detentie-instelling Villepinte of the Fleury-Mérogis prison.
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, waarbij hij namens de opgeëiste persoon wel de voorkeur voor de detentie instelling in Villepinte heeft aangegeven.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich – onder verwijzing naar uitspraken van 20 juni 2024 en van 3 september 2024 van deze rechtbank – op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan, omdat de detentie-instelling Villepinte en the Fleury-Mérogis prison eerder door de rechtbank al in orde zijn bevonden.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd in de detentie-instelling Villepinte of the Fleury-Mérogis prison.
Bij voormelde uitspraken van 20 juni 2024 en 3 september 2024 van deze rechtbank is al geoordeeld dat geen sprake is van een algemeen gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in de detentie-instelling Villepinte of the Fleury-Mérogis prison. Artikel 11 OLW staat daarom niet aan de overlevering van de opgeëiste persoon in de weg. De rechtbank begrijpt uit het standpunt van de raadsman dat de opgeëiste persoon een voorkeur heeft voor de detentie-instelling Villepinte. Hoewel de rechtbank, gelet op de referte, begrijpt dat de raadsman met deze mededeling geen verzoek doet in het kader van de beslissing op het overleveringsverzoek, overweegt de rechtbank zekerheidshalve dat de OLW niet voorziet in de mogelijkheid dat de rechtbank bepaalt waar de opgeëiste persoon na overlevering wordt geplaatst.
6 Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
7 Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
8 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de procureur van de Republiek bij de rechtbank van Bordeaux, Frankrijk, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. A.R.P.J. Davids en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. E.A. Harland en M.J.D. Hartman, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 28 januari 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.