Europees strafrecht

Duits EAB t.b.v. tenuitvoerlegging vrijheidsstraf. Grondslag van het EAB is een Gesamtstrafenbeschluss…

Rechtbank Amsterdam, 20 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 20 augustus 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
20 augustus 2025
Datum publicatie
28 augustus 2025
Zaaknummer
13.182.176-25
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:6334
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Duits EAB t.b.v. tenuitvoerlegging vrijheidsstraf. Grondslag van het EAB is een Gesamtstrafenbeschluss waaraan drie Strafbefehle ten grondslag liggen. De opgeëiste persoon heeft te kennen gegeven dat hij geen verweer wil voeren ten aanzien van voornoemde beslissingen. De rechtbank begrijpt deze mededeling zo, dat de opgeëiste persoon zich op het standpunt stelt dat zijn verdedigingsrechten niet zijn geschonden in de procedures die tot deze beslissingen hebben geleid. Overlevering wordt toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.182.176-25

Datum uitspraak: 20 augustus 2025

UITSPRAAK

op de vordering van 24 juni 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 4 december 2024 door het Amtsgericht Bautzen in Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] (Polen),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in [detentieplaats] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 6 augustus 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.

De raadsman heeft betoogd dat de opgeëiste persoon zo snel mogelijk naar Duitsland wil. Om die reden is er geen verweer gevoerd.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor het sluiten van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist

zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een Gesamtstrafenbeschluss van het Amtsgericht Bautzen van 9 februari 2023, onherroepelijk op 11 oktober 2023, met zaaknummer 41 Cs 630 Js 17731/21.

Aan dit Gesamtstrafenbeschluss liggen de volgende beslissingen ten grondslag:

1. een Strafbefehl des Amtsgerichts Bautzen van 23 augustus 2021, onherroepelijk op 19 maart 2022, met zaaknummer 41 Cs 630 Js 17731/21;
2. een Strafbefehl des Amtsgerichts Meissen van 2 december 2021, onherroepelijk op 24 juni 2022, met zaaknummer 1 Cs 926 Js 7620/21;
3. een Strafbefehl des Amtsgerichts Schedt/Oder van 13 december 2021, onherroepelijk op 24 juni 2022, met zaaknummer 17 Cs 3426 Js 36771/21 (492/21).

De opgeëiste persoon heeft te kennen gegeven dat hij geen verweer wil voeren ten aanzien van voornoemde beslissingen. De rechtbank begrijpt deze mededeling zo, dat de opgeëiste persoon zich op het standpunt stelt dat zijn verdedigingsrechten niet zijn geschonden in de procedures die tot deze beslissingen hebben geleid

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 300 dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde Gesamtstrafenbeschluss van 9 februari 2023.

Dit besluit betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

4 Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

feiten 1 en 3 : overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994


feit 2 : overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994

5. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen

weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 9 en 176 Wegenverkeerswet 1994 en 2, 5 en 7 OLW.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Bautzen in Duitsland voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,

mrs. C. Klomp en M. Scheeper, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 20 augustus 2025.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.