Europees strafrecht
Verzoek Duitsland aanvullende toestemming na overlevering. Art. 14 OLW. Hoorrecht. De betrokkene en zijn…
Rechtbank Amsterdam, 2 september 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:7575 · Rechtbank Amsterdam · 2 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2025-7575
Zaakgegevens
Op 2 september 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 september 2025
- Datum publicatie
- 14 oktober 2025
- Zaaknummer
- 13-112006-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:7575
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek Duitsland aanvullende toestemming na overlevering. Art. 14 OLW. Hoorrecht. De betrokkene en zijn Duitse advocaat zijn aangeschreven door de Duitse autoriteiten vóór een bepaalde datum eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek om toestemming kenbaar te maken. Uit de aanvullende informatie blijkt dat hierop niet is gereageerd. Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan. Toestemming verleend.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-112006-25
Datum beslissing: 2 september 2025
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 11 april 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door het Amtsgericht Dresden, Duitsland, op 10 maart 2025 en betreft:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Nigeria) op [geboortedag] 2001,
thans gedetineerd in [detentieadres] ,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.
1 Beoordeling
Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen. In dit kader merkt de rechtbank op dat uit aanvullende informatie van 15 augustus 2025 volgt dat de overgeleverde persoon en zijn Duitse advocaat op 9 mei 2025 zijn aangeschreven door de Oberstaatsanwältin om vóór 23 mei 2025 eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek om toestemming kenbaar te maken. Uit die aanvullende informatie blijkt voorts dat hierop niet is gereageerd.
Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.
2 Beslissing
De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 2 september 2025 door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en M. Scheeper, rechters,
in tegenwoordigheid van A. Korpershoek en mr. A.T.P. van Munster, griffiers.