Europees strafrecht

Executie-EAB uit Slowakije. Officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard omdat vast staat dat de…

Rechtbank Amsterdam, 26 februari 2026

Zaakgegevens

Op 26 februari 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
26 februari 2026
Datum publicatie
5 maart 2026
Zaaknummer
13-324485-25
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:2319
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Executie-EAB uit Slowakije. Officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard omdat vast staat dat de opgeëiste persoon niet meer in Nederland verblijft.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-324485-25

Datum uitspraak: 26 februari 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 19 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 28 oktober 2025 door de Stedelijke Rechtbank Bratislava I, Slowakije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit), en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon]

geboren in [geboorteplaats] (Slowakije) op [geboortedag] 1999,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in [detentieplaats] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

Zitting 3 februari 2026

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 3 februari 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe, advocaat te Schiphol, en door een tolk in de Slowaakse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor het sluiten van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

De rechtbank heeft het onderzoek voor bepaalde tijd geschorst, om de officier van justitie nadere vragen te laten stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit in het kader van de beoordeling van de weigeringsgrond zoals bedoeld in artikel 12 OLW.

Zitting 18 februari 2026

De behandeling van het EAB is met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 18 februari 2026, in aanwezigheid van mr. G.J.A.M. Rasker, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe, advocaat te Schiphol, en door een tolk in de Slowaakse taal.

Na beraad in raadkamer heeft de rechtbank op 18 februari 2026 de opheffing van de overleveringsdetentie bevolen (dit bevel is apart opgemaakt).

E-mails 23 en 24 februari 2026

Bij e-mail van 23 februari 2026 heeft het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) de rechtbank bericht dat de opgeëiste persoon in België is aangehouden. Verzocht is daarom om de behandeling te heropenen en de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren.

Bij e-mail van 24 februari 2026 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman heeft verder ermee ingestemd dat de rechtbank het onderzoek ter zitting van 26 februari 2026 enkelvoudig zal heropenen, sluiten en direct uitspraak zal doen.

Zitting 26 februari 2026

Op 26 februari 2026 heeft de rechtbank het onderzoek enkelvoudig heropend en gesloten, waarna direct uitspraak is gedaan.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting van 3 en 18 februari 2026 heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Slowaakse nationaliteit heeft.

3 Ontvankelijkheid officier van justitie

Het IRC heeft bij bericht van 23 februari 2026 laten weten dat de opgeëiste persoon in België is aangehouden. De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie om die reden niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Vaststaat namelijk dat de opgeëiste persoon zich niet meer in Nederland bevindt, waarmee de grondslag aan de vordering van de officier van justitie is komen te vervallen.

4 Beslissing

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,

mrs. M. Scheeper en E. van den Brink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 februari 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.