Europees strafrecht

Executie-EAB uit Roemenië. Officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering door intrekking…

Rechtbank Amsterdam, 10 februari 2026

Zaakgegevens

Op 10 februari 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
10 februari 2026
Datum publicatie
5 maart 2026
Zaaknummer
13/340188-25
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:2337
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Executie-EAB uit Roemenië. Officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering door intrekking van het EAB door de uitvaardigende justitiele autoriteit.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/340188-25

Datum uitspraak: 10 februari 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 22 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 28 oktober 2025 door de Rechtbank Lipova, Roemenië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] (Roemenië),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu gedetineerd in de [detentieadres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 10 februari 2026, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 6 februari 2026, door de rechtbank in vertaling ontvangen op 9 februari 2026, blijkt namelijk dat het EAB is ingetrokken, waardoor de grondslag aan de vordering is komen te ontvallen.

4 Beslissing


VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.

HEFT OP de overleveringsdetentie.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,

mrs. E. de Rooij en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 februari 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet.