Europees strafrecht

AVT uit Hongarije. Toestemming verleend.

Rechtbank Amsterdam, 18 maart 2026

Zaakgegevens

Op 18 maart 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
18 maart 2026
Datum publicatie
2 april 2026
Zaaknummer
13-181517-24
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:3256
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

AVT uit Hongarije. Toestemming verleend.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-181517-24

Datum beslissing: 18 maart 2026

BESLISSING

op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 20 mei 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek van 16 december 2024 (en gewijzigd op 17 februari 2026) is afkomstig van the Buda Environs District Court, Hongarije, en betreft:

[de overgeleverde persoon]

geboren op [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats] (Hongarije),

thans gedetineerd in Hongarije,

hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1 Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.

Uit de aanvullende informatie van the Ministry of Justice of Hungary, Department of International Criminal Law van 17 februari 2026 blijkt dat de overgeleverde persoon, in aanwezigheid van zijn advocaat, op 21 januari 2026 door the Buda Environs District Court is gehoord over het verzoek.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de overgeleverde persoon voldoende de mogelijkheid gehad om zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek om aanvullende toestemming kenbaar te maken.

Het verzoek betreft een feit ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.

De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.

2 Beslissing

De rechtbank:

verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [de overgeleverde persoon] voor het feit zoals vermeld in het verzoek.

Deze beslissing is genomen op 18 maart 2026 door

mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,

mrs. M. Scheeper en E. van den Brink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier.

Vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.