Europees strafrecht

Vervolgings-EAB uit Italië. Artikel 11 OLW: geen algemeen reëel gevaar van schending van grondrechten voor…

Rechtbank Amsterdam, 16 april 2026

Zaakgegevens

Op 16 april 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
16 april 2026
Datum publicatie
17 april 2026
Zaaknummer
13-036901-26
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:3838
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervolgings-EAB uit Italië. Artikel 11 OLW: geen algemeen reëel gevaar van schending van grondrechten voor gedetineerden die een gevangenisstraf uitzitten in Italië. Overlevering toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-036901-26

Datum uitspraak: 16 april 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 20 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 4 februari 2026 door the Court of Bologna - Section of the Judges for pre-trial investigations and preliminary hearings, Italië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon]

geboren in [geboorteplaats] (Tunesië) op [geboortedag] 2004,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de [P.I.] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 2 april 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J.H. Kortz, advocaat in Utrecht en door een tolk in de Arabische taal (Tunesisch).

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Tunesische nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een order for a precautionary measure and application of pre-trial custody in prison issued by the Pre-trial Investigations Judge of Bologna van 4 februari 2026.

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Italiaans recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.

4 Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:

moord en doodslag, zware mishandeling.

Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Italië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5 Artikel 11 OLW: Italiaanse detentieomstandigheden

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht voor de opgeëiste persoon een detentiegarantie op te vragen. Het is onduidelijk in welke detentie-instelling de opgeëiste persoon terecht zal komen. De raadsman heeft hiertoe - onder verwijzing naar een uitspraak van deze rechtbank van 9 juni 2023 - aangevoerd dat de detentieomstandigheden in slechts zes van de zestien Italiaanse detentie-instellingen (Centro Penitenziario Napoli Secondigliano, Campobasso, Civitavecchia Nuovo Complesso, Turi, Trani vrouwengevangenis, Nuoro) voldoende zijn.

De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat hij zowel binnen detentie als daarbuiten wordt bedreigd door een bende. Hij is eerder door leden van die bende met een mes gestoken in zijn arm en zijn borst. De opgeëiste persoon is gevlucht en heeft in Nederland een asielaanvraag gedaan vanwege het gevaar dat hij loopt in Italië.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een algemeen reëel gevaar dat personen die in Italië zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld in verband met de detentieomstandigheden in Italiaanse detentie-instellingen.

Na de door de advocaat genoemde uitspraak heeft de rechtbank meerdere uitspraken gedaan waarin is geoordeeld dat geen sprake meer is van een algemeen gevaar dat personen die in Italië zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld in verband met detentieomstandigheden in Italiaanse detentie-instellingen. Er is geen aanleiding hierop terug te komen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat zij in een eerdere uitspraak van 27 mei 2025 geen algemeen reëel gevaar van schending van grondrechten meer heeft aangenomen voor gedetineerden die een gevangenisstraf uitzitten in Italië. De raadsman heeft geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd op basis waarvan de rechtbank tot het oordeel zou kunnen komen dat er ten aanzien van detentie-instellingen in Italië een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden worden blootgesteld aan het risico op een onmenselijke of vernederende behandeling. De rechtbank maakt uit de verklaring van de opgeëiste persoon op de zitting op dat hij vreest dat hij gevaar loopt in Italiaanse detentie-instellingen en om die reden asiel in Nederland heeft aangevraagd. De rechtbank komt vanwege het gebrek aan een algemeen gevaar - ook niet inhoudende dat de Italiaanse autoriteiten de veiligheid van gedetineerden onvoldoende kunnen garanderen tegen mogelijke geweldsdreiging - niet toe aan de vraag of sprake is van een dergelijke concreet individueel gevaar voor de opgeëiste persoon dat zijn grondrechten zullen worden geschonden. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om een detentiegarantie op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit. Het verweer van de raadsman slaagt niet.

6 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Court of Bologna - Section of the Judges for pre-trial investigations and preliminary hearings (Italië) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,

mrs. L. Sanders en J.T.H. Zimmerman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 april 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Rb. Amsterdam 9 juni 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:4411. Rb. Amsterdam 27 mei 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:3475.