Europees strafrecht
Overlevering. Verzoek aanvullende toestemming. Toestemming wordt verleend.
Rechtbank Amsterdam, 29 januari 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:3905 · Rechtbank Amsterdam · 29 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2026-3905
Zaakgegevens
Op 29 januari 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 29 januari 2026
- Datum publicatie
- 20 april 2026
- Zaaknummer
- 13/024045-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:3905
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Overlevering. Verzoek aanvullende toestemming. Toestemming wordt verleend.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/024045-24
Datum beslissing: 29 januari 2026
BESLISSING
op de vordering op grond van artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 28 oktober 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is op 17 november 2025 ingediend door een rechter bij de arrondissementsrechtbank Arnsberg en betreft:
[de overgeleverde persoon]
geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] (voormalige Sovjet-Unie),
nu gedetineerd in Duitsland,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.
1 Beoordeling
Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om – met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon – een beslissing te nemen.
De rechtbank stelt vast dat de overgeleverde persoon in de gelegenheid is gesteld om eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek om toestemming kenbaar te maken. Uit de door de Duitse autoriteiten verstrekte informatie van 13 januari 2026 blijkt immers dat de overgeleverde persoon en zijn advocaat van het verzoek om toestemming op de hoogte zijn gesteld, maar dat de overgeleverde persoon niet heeft gereageerd. De raadsman van de overgeleverde persoon heeft wel gereageerd op het verzoek om toestemming.
Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.
2 Beslissing
De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [de overgeleverde persoon] voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 29 januari 2026 door
mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp griffier.
De oudste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.