Europees strafrecht
Executie-EAB uit Polen. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is van toepassing. Afzien van weigering wegens…
Rechtbank Amsterdam, 5 maart 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:3910 · Rechtbank Amsterdam · 5 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2026-3910
Zaakgegevens
Op 5 maart 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 5 maart 2026
- Datum publicatie
- 20 april 2026
- Zaaknummer
- 13/347359-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:3910
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Executie-EAB uit Polen. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is van toepassing. Afzien van weigering wegens adresinstructie. Overlevering toegestaan.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/347359-25
Datum uitspraak: 5 maart 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 29 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 25 maart 2025 door the Regional Court in Kielce, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1 Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 19 februari 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. D.S. Altena, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een vonnis van the Local Court in Kielce van 3 november 2020 (met referentie: IX K 1746/19).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog vier maanden en vijftien dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.
4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
Standpunt van partijen
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De officier van justitie heeft zich, onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank van
4 mei 2023, op het standpunt gesteld dat kan worden afgezien van toepassing van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW, omdat de opgeëiste persoon kennelijk onzorgvuldig is geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank merkt allereerst op dat het onderhavige EAB is uitgevaardigd voor dezelfde feiten als waarvoor de rechtbank de overlevering van de opgeëiste persoon in een eerdere overleveringsprocedure op grond van het toen uitgevaardigde EAB heeft toegestaan bij uitspraak van 4 mei 2023. De aanvullende informatie van 3 april 2023 van de uitvaardigende justitiële autoriteit die reeds in de eerdere overleveringsprocedure in 2023 door de rechtbank in het kader van artikel 12 OLW is beoordeeld, is in het onderhavige dossier gevoegd. Nu geen nieuwe of andersluidende informatie door de uitvaardigende justitiële autoriteit is verstrekt, ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van haar eerdere oordeel en overweegt als volgt.
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis, terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. In het EAB is aangekruist dat de omstandigheid als bedoeld in artikel 12, sub a, OLW zich voordoet. Uit de aanvullende informatie van 3 april 2023 volgt echter dat de opgeëiste persoon niet in persoon is gedagvaard zodat de situatie van artikel 12, sub a, OLW niet van toepassing is. Ook de in artikel 12 onder b tot en met d OLW genoemde omstandigheden doen zich niet voor. De overlevering kan daarom worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW.
De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van toepassing van de weigeringsgrond. Het Openbaar Ministerie heeft gevraagd of de opgeëiste persoon een adresinstructie heeft ontvangen. In de aanvullende informatie van 3 april 2023 is meegedeeld dat in een Poolse strafzaak de verdachte tijdens het verhoor altijd een instructie krijgt met zijn rechten en plichten, waaronder de verplichting om adreswijzigingen door te geven en om, in geval van verblijf in het buitenland, een adres in Polen op te geven. De rechtbank begrijpt het antwoord van de uitvaardigende justitiële autoriteit – in samenhang bezien met de vraagstelling – zodat ook voor de opgeëiste persoon geldt dat hij bij zijn verhoor een adresinstructie heeft ontvangen. Daarnaast overweegt de rechtbank dat in de aanvullende informatie staat vermeld: “the notice of the hearing date was sent to the address given by [de opgeëiste persoon] for service.” Ook hieruit leidt de rechtbank af dat de opgeëiste persoon daadwerkelijk een adres heeft opgegeven en de oproep voor de zitting naar dat adres is gezonden. De opgeëiste persoon was klaarblijkelijk op de hoogte van het proces en, zo hij al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen, is hij op zijn minst kennelijk onzorgvuldig geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie. Het vorenstaande maakt dat het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon oplevert.
5 Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
diefstal door twee of meer verenigde personen ;
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
6 Artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU
De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.
Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.
7 Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
8 Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7 en 12 OLW.
9 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Kielce, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. Westerman, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 5 maart 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.