Europees strafrecht

Executie-EAB uit Polen. Artikel 12 OLW n.v.t. want de opgeëiste persoon was aanwezig bij het proces dat tot…

Rechtbank Amsterdam, 27 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 27 augustus 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
27 augustus 2026
Datum publicatie
27 augustus 2026
Zaaknummer
13-029529-26
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:8541
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Executie-EAB uit Polen. Artikel 12 OLW n.v.t. want de opgeëiste persoon was aanwezig bij het proces dat tot de veroordeing heeft geleid. Overlevering toestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-029529-26

Datum uitspraak: 27 augustus 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 26 juni 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 18 december 2025 door de Regional Court in Poznan, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats] (Polen),

inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[adres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 13 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door een advocaat, mr. D.S. Altena, advocaat te Utrecht, die waarneemt voor mr.

R. Zilver, eveneens advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding

bevolen, met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis, namelijk de judgment of the District Court in Szamotuly of 4 July 2018 (II K 366/18).

De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar. De opgeëiste persoon is tot deze straf veroordeeld in het hiervoor genoemde vonnis en hij moet deze straf ondergaan in Polen. Deze straf resteert volgens het EAB nog volledig.

De hiervoor genoemde veroordeling ziet op de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Standpunt van de verdediging en de officier van justitie

De raadsvrouw en de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is omdat de opgeëiste persoon in persoon aanwezig is geweest op de zitting die tot de veroordeling heeft geleid.

Oordeel van de rechtbank

Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing.

5 Strafbaarheid

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten aangewezen als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:

vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten;

oplichting.

Uit het EAB volgt dat voor deze feiten naar het recht van Polen maximaal een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd.

Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.

6 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.

7 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan de Regional Court in Poznan, Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,

mrs. E. de Rooij en H.J.H. van Meegen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 27 augustus 2026.

De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak te ondertekenen.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. ÁG113126885346OÈ G113126885346 Zie onderdeel e) van het EAB.