Strafrecht overig

Verdachte heeft zich samen met anderen meermalen schuldig gemaakt aan oplichting en aan diefstal van oudere…

Rechtbank Amsterdam, 4 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 4 augustus 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
4 augustus 2026
Datum publicatie
6 augustus 2026
Zaaknummer
13/068354-24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:7951
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verdachte heeft zich samen met anderen meermalen schuldig gemaakt aan oplichting en aan diefstal van oudere mensen door middel van babbeltrucs, waarbij bankpassen, pincodes en sieraden afhandig werden gemaakt. Zij deden zich voor als bankmedewerkers, zeiden telefonisch tegen de slachtoffers dat er iets vreemds aan de hand was met hun bankrekening en dat iemand gestuurd zou worden om de bankpassen en waardevolle spullen veilig te stellen. De rechtbank legt op een taakstraf van 300 uren, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaar, met bijzondere voorwaarden. Overschrijding redelijke termijn in aanzienlijke mate.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Team Strafrecht

Parketnummers: 13/068354-24 (zaak A), 05/087291-24 (zaak B), 13/281795-24 (zaak C) (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 4 augustus 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[BRP-adres] ,

hierna: verdachte.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

21 juli 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. M.T.A. de Ridder, en van wat verdachte en haar raadsman, mr. B.M.A. Kersten, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort weergegeven – ten laste gelegd dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan

zaak A, feit 1

medeplegen van oplichting van [slachtoffer 1] op 9 april 2022 in Duivendrecht

zaak A, feit 2

medeplegen van oplichting van [slachtoffer 2] op 22 augustus 2022 in Abcoude

zaak A, feit 3

diefstal van 7.750 euro van [slachtoffer 2] door middel van een valse sleutel op 22 augustus 2022 in Amsterdam

zaak B, feit

medeplegen van oplichting van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] in de periode 6 oktober 2022 tot en met 15 oktober 2022 in Balk en Dieren

zaak B, feit 2

diefstal van geld van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] door middel van een valse sleutel in periode 6 oktober 2022 tot en met 15 oktober 2022 in Balk en Dieren

zaak C

medeplegen van diefstal van 2.420 euro van [slachtoffer 7] door middel van een valse sleutel in de periode 7 december 2023 tot en met 8 december 2023 in Amsterdam

De tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

3 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen, waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn opgenomen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte, bewezen dat:

zaak A, feit 1

zij op 9 april in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het ter beschikking stellen van gegevens, te weten tot afgifte van een pinpas en de bijbehorende pincode en diverse sieraden (waaronder ringen en een gouden horloge en kettingen en broches en armbanden), door

- die [slachtoffer 1] te bellen en zich voor te doen als bankmedewerker van de Rabobank en

- die [slachtoffer 1] te vertellen dat er geld was opgenomen van haar rekening en dat zij uit veiligheidsredenen haar pas en waardevolle spullen uit de woning wilde veiligstellen en

- die [slachtoffer 1] te vertellen dat een bankmedewerker haar pinpas en sieraden zou komen ophalen en

- telefonisch om de pincode van die [slachtoffer 1] te vragen, waarna [slachtoffer 1] haar pincode heeft gegeven en

- zich naar de woning van die [slachtoffer 1] te begeven en

- zich aan de deur voor te doen als bankmedewerker, waarna [slachtoffer 1] haar pinpas en sieraden heeft meegegeven;

zaak A, feit 2

zij op 22 augustus 2022in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het ter beschikking stellen van gegevens, te weten tot afgifte van twee pinpassen en de bijbehorende pincodes en een Rabobank Reader en een ABN Amrobank Identifier en een mobiele telefoon (Samsung, type A5) door

- die [slachtoffer 2] te bellen en zich voor te doen als bankmedewerker van de Rabobank en

- die [slachtoffer 2] te vertellen dat er was getracht om in te breken in haar bankomgeving en

- die [slachtoffer 2] te vertellen dat een bankmedewerker langs zou komen om dit verder met haar te bespreken en

- telefonisch om de pincodes en pasnummers van die [slachtoffer 2] te vragen, waarna [slachtoffer 2] haar pincodes en pasnummers heeft gegeven en

- zich naar de woning van die [slachtoffer 2] te begeven en

- zich aan de deur voor te doen als bankmedewerker, waarna [slachtoffer 2] haar pinpassen en Rabobank Reader en een ABN Amrobank Identifier en een mobiele telefoon (Samsung, type A5) heeft meegegeven;

zaak A, feit 3

zij op 22 augustus 2022, in Nederlandmeerdere geldbedragen, die aan die [slachtoffer 2] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen geldbedragen onder haar bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door met bankpassen met bijbehorende

pincode tot het gebruik waartoe zij, verdachte, niet gerechtigd was, bij betaal-en/of geldautomaten, een geldbedrag van 7750 euro, althans één of meer geldbedragen te pinnen;

zaak B, feit 1

zij in de periode van 6 oktober 2022 tot en met 15 oktober 2022 in Nederlandtezamen en in vereniging met anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten het afgeven van pinpassen en pincodes en sieraden, door:

- naar [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] te bellen en

- zich voor te doen als een medewerker van de bank,

- aan te geven dat er geprobeerd was geld af te schrijven en/of over te boeken,

- aan te geven dat de pinpas geblokkeerd moest worden,

- aan te geven dat een nieuwe pinpas aangevraagd moest worden,

- aan [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , de bijbehorende pincodes te vragen,

- door middel van een pieptoon de oude pincode te achterhalen,

- aan te geven dat er mogelijk een inbraak gepleegd zou worden,

- aan te geven dat iemand de pinpas en/of sieraden op zou komen halen ,

- naar de woning van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] ,

te gaan,

- zich voor te doen als medewerker van de bank en

- bij [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] , de pas(sen) en/of

sieraden op te halen;

zaak B, feit 2

zij meermaals in de periode van 6 oktober 2022 tot en met 15 oktober 2022 te Balk, gemeente De Fryske Marren en Dieren, gemeente Rheden, geldbedragen die aan [slachtoffer 3] of [slachtoffer 4] of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen geldbedragen onder haar bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een of meer bankpas(sen) toebehorende aan [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] , door (telkens) voornoemde bankpassen te gebruiken om contante geldbedragen te pinnen, tot het gebruik waarvan zij, verdachte niet gerechtigd was;

zaak C

zij in de periode van 7 december 2023 tot en met 8 december 2023 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, een geldbedrag van in totaal (ongeveer) 2420 euro, dat aan [slachtoffer 7] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededaders dat weg te nemen geldbedrag onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door een bankpas en bijbehorende pincode, tot welk gebruik zij, verdachte, niet gerechtigd was, te gebruiken.

4 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

5 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

6 Motivering van de straffen

6.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft zij gevorderd hieraan als bijzondere voorwaarden te verbinden een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang en meewerken aan aflossing van schulden.

6.2

Het strafmaatverweer van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen vanwege de gevolgen hiervan voor de dochter van verdachte. Verdachte is een alleenstaande moeder en het welzijn van haar kind is haar enige en hoogste prioriteit. Zij heeft verzocht een (deels voorwaardelijke) taakstraf op te leggen. Verder heeft de raadsvrouw betoogd dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden en dat deze overschrijding moet worden verdisconteerd in de strafoplegging.

6.3

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich samen met anderen meermalen schuldig gemaakt aan oplichting en aan diefstal. Verdachte en haar medeverdachten bedienden zich hierbij van doortrapte babbeltrucs. Verdachte en de medeverdachten hebben slachtoffers onder meer hun bankpassen, pincodes, contant geld en sieraden afhandig gemaakt. De slachtoffers werden telkens telefonisch benaderd door een van de daders waarbij deze zich voordeed als medewerker van een bank. Aan de slachtoffers werd voorgehouden dat er iets vreemds met hun bankrekening aan de hand was en iemand gestuurd zou worden om de bankpassen en waardevolle spullen veilig te stellen. Tijdens het telefoongesprek werd de pincode ontfutseld. Slachtoffers werden ook bang gemaakt door onder meer te zeggen dat er aanhoudingen in de buurt waren verricht en dat er wel eens ingebroken zou kunnen worden. Verdachte en de medeverdachten hebben op schaamteloze wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat zij van de slachtoffers, steeds personen op leeftijd, wisten te winnen. De slachtoffers werden vervolgens thuis opgezocht door verdachte die door de bank zou zijn gestuurd om de genoemde goederen op te halen. Met de buitgemaakte pinpassen werd vervolgens gepind. Bankhelpdeskfraude is een ernstige vorm van criminaliteit die, naast financiële schade, ook gevoelens van angst en onveiligheid teweegbrengt. Het is extra kwalijk dat juist oudere mensen doelbewust tot slachtoffer zijn gemaakt, vanwege hun grote kwetsbaarheid en afhankelijkheid. De verdachte heeft op geen enkele wijze rekening gehouden met de belangen van de slachtoffers. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.

Persoonlijke omstandigheden

Uit het uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 8 juni 2026 blijkt dat verdachte vaker is veroordeeld voor oplichting.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van de reclasseringsrapporten waaronder de rapporten van 8 juli 2026 en 4 september 2025. Hierin wordt onder meer gerapporteerd dat verdachte verantwoordelijkheid neemt voor haar handelen, maar tegelijkertijd kenmerken laat zien van beïnvloedbaarheid, beperkte weerbaarheid en moeite heeft met het stellen van grenzen. Deze factoren hebben een duidelijke rol gespeeld in het ontstaan en voortduren van het delictgedrag, waarbij het lijkt alsof verdachte zich door anderen heeft laten sturen en onder druk heeft laten zetten. Hoewel zij inzicht toont in haar handelen en aangeeft afstand te hebben genomen van negatieve contacten, blijft het risico op herhaling aanwezig, mede gezien het patroon in haar justitiële documentatie en haar kwetsbare psychosociale functioneren. Het risico op recidive wordt als gemiddeld ingeschat, waarbij met name haar beïnvloedbaarheid, schuldenproblematiek, instabiele huisvestingssituatie en dagbesteding risicofactoren vormen. Beschermende factoren zijn haar motivatie om haar leven te beteren. de zorg voor haar dochter, de steun van haar moeder en haar bereidheid om hulpverlening te accepteren. Binnen een toezicht wordt geadviseerd om aandacht te besteden aan praktische stabiliteit, waaronder passende huisvesting, schuldenaanpak en het opbouwen van een zinvolle dagbesteding, omdat deze factoren essentieel zijn voor het verminderen van het recidiverisico. Het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding en meewerken aan aflossing van schulden.

Verdachte heeft op de zitting aangegeven dat zij hulp nodig heeft en zal meewerken aan de bijzondere voorwaarden. Ook heeft zij verklaard dat zij inziet dat zij verkeerd heeft gehandeld.

De straf

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Voor soortgelijke feiten wordt doorgaans een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. De rechtbank is echter van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet wenselijk is gelet op het feit dat verdachte een alleenstaande moeder is van een baby. De rechtbank zal daarom een taakstraf aan verdachte opleggen. Bij het bepalen van het aantal uren taakstraf weegt de rechtbank mee dat het gaat om meerdere feiten waarbij per feit de maximale taakstraf van 240 uren kan worden opgelegd.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. Het eerste verhoor van verdachte heeft plaatsgevonden op 1 november 2022 in zaak A, op 27 april 2023 in zaak B en op 7 mei 2024 in zaak C. Dit betekent dat de redelijke termijn is overschreden in zaak A met 1 jaar en 9 maanden, in zaak B met 1 jaar en 3 maanden en in zaak C met 3 maanden. Daarmee is de redelijke termijn met name in zaken A en B in aanzienlijke mate overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding moet leiden tot matiging van de op te leggen straf.

De rechtbank acht, alles afwegende in beginsel een taakstraf van 330 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar passend en geboden. Gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank de taakstraf matigen naar 300 uren.

De voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden dient als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken. Als bijzondere voorwaarden zullen hieraan worden verbonden een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding en meewerken aan aflossing van schulden.

7 De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

Zaak A, feit 1 en feit 2

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert € 3.594,06 aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De dochter van de benadeelde partij heeft namens haar op de zitting aangegeven dat de vordering inmiddels volledig is voldaan door toewijzing van de vordering in de strafzaak van een medeverdachte.

De officier van justitie heeft aangeven dat de medeverdachten [medeverdachte 1] (parketnummer

13-149237-23) en [medeverdachte 2] (parketnummer 13/149325-23) op 24 juni 2025 door de politierechter van de rechtbank Amsterdam hoofdelijk zijn veroordeeld tot betaling van voornoemde schade aan [slachtoffer 2] , met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Aangezien deze medeverdachten niet aan hun betalingsverplichting hebben voldaan, heeft het Openbaar Ministerie het volledige bedrag voorgeschoten en aan [slachtoffer 2] betaald. De officier van justitie heeft verzocht de vordering in de zaak van verdachte hoofdelijk toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen, dan wel dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De behandeling van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij geen belang meer heeft bij toewijzing van de vordering omdat de gevorderde schade reeds volledig is vergoed. De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

Zaak C

De benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] vorderen respectievelijk € 5.326,00 en € 2.895,00 aan vergoeding van materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide vorderingen moeten worden afgewezen aangezien het causaal verband ontbreekt en de schade niet aan verdachte valt toe te rekenen.

De raadsvrouw heeft bepleit dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vordering omdat deze zaken niet aan verdachte ten laste zijn gelegd.

De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vordering omdat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd geen rechtstreeks verband houdt met de bewezen verklaarde feiten.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

zaak A, feit 1 en feit 2

telkens: medeplegen van oplichting

zaak A, feit 3

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels

zaak B, feit 1

medeplegen van oplichting , meermalen gepleegd

zaak B, feit 2

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd

zaak C

medeplegen van diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 300 (driehonderd) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 150 (honderdvijftig) dagen.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

Meldplicht bij reclassering

Veroordeelde meldt zich gedurende de proeftijd op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak.

Ambulante behandeling

Veroordeelde laat zich gedurende de proeftijd behandelen door Family Supporters of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling is gericht op het vergroten van haar zelfvertrouwen en weerbaarheid alsook het verkleinen van haar beïnvloedbaarheid en/of andere problematiek.

Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang

Veroordeelde verblijft gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.

Dagbesteding

Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.

Aflossing schulden

Veroordeelde werkt mee aan het aflossen van haar schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in haar financiën en schulden.

Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd

  • ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.

Vordering benadeelde partij in zaak A, feit 1 en feit 2

Verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Vorderingen benadeelde partijen in zaak C

Verklaart [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Verklaart [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Vaandrager, voorzitter,

mrs. J.O. Rutten en M. Bijleveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Madiol, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 augustus 2026.

[....]