Strafrecht overig
Jeugdstrafrecht. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van bedreiging en dwang om iets…
Rechtbank Amsterdam, 28 juli 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:8179 · Rechtbank Amsterdam · 28 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2026-8179
Zaakgegevens
Op 28 juli 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 juli 2026
- Datum publicatie
- 13 augustus 2026
- Zaaknummer
- 10-365668-24 (A) en 71-184874-25 (B)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:8179
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Jeugdstrafrecht. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van bedreiging en dwang om iets te doen, waarbij aan de aangever onder andere een vuurwapen is getoond, in het kader van zogenoemde ‘pedohunten’. Daarnaast had de verdachte die dag nog meer goederen voorhanden die strafbaar zijn gesteld in de Wet wapens en munitie. De verdachte heeft daarnaast verschillende soorten wapens voorhanden gehad en zich voor een geruime periode van meer dan een jaar schuldig gemaakt aan de handel in wapens en munitie, zodanig dat hij hiervan een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt. De verdachte en zijn medeverdachten hebben daadwerkelijk een wapen aan een pseudokoper (undercover-agent) verkocht. Ook heeft de verdachte eerder zonder consent wapens vanuit Duitsland Nederland doen binnenkomen. Aan de verdachte wordt opgelegd een jeugddetentie voor de duur van 86 dagen met aftrek, waarvan 43 dagen voorwaardelijk. Ook wordt aan de verdachte de gedragsbeïnvloedende maatregel opgelegd voor de duur van 12 maanden. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen en de inbeslaggenomen goederen worden onttrokken aan het verkeer of verbeurd verklaard.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Team Familie & Jeugd
Parketnummers: 10.365668.24 (zaak A) en 71.184874.25 (zaak B)
Datum uitspraak: 28 juli 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaken tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats],
inschrijvingsadres in Basisregistratie Personen:
[adres].
1 Onderzoek ter terechtzitting
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren van 14 juli 2026.
De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovengenoemde parketnummers zijn aangebracht, ter zitting gevoegd. Deze zaken worden hierna respectievelijk als zaak A en zaak B aangeduid.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. Z. Trokic en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw mr. M. van Eck naar voren hebben gebracht.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van wat door [medewerker de Raad], namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), [medewerker Jeugdbescherming], namens de Jeugdbescherming Gelderland te Apeldoorn (hierna: Jeugdbescherming Gelderland) en de moeder en de vader van de verdachte naar voren is gebracht.
Tot slot heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen door mr. J. van Riet namens de benadeelde partij [benadeelde partij] in zaak A naar voren is gebracht.
2 Tenlastelegging
Zaak A
Aan de verdachte is, kort gezegd, ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:
ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:
medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling van [benadeelde partij] op 15 november 2024 te Rotterdam;
ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:
medeplegen door een ander, te weten [benadeelde partij], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [benadeelde partij] wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen en/of te dulden op 15 november 2024 te Rotterdam;
ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:
medeplegen van het voorhanden hebben van een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie op 15 november 2024 te Rotterdam;
ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:
het voorhanden hebben van munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie op 15 november 2024 te Rotterdam;
ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde:
het voorhanden hebben van een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie op 15 november 2024 te Rotterdam;
ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde:
het voorhanden hebben van een wapen van categorie I, onder 3 van de Wet wapens en munitie op 15 november 2024 te Rotterdam.
Zaak B
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging –, kort gezegd, ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:
ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:
medeplegen van het voorhanden hebben en/of overdragen van een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie in de periode 1 mei 2025 tot en met 13 juni 2025 te Apeldoorn;
ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:
primair:
het vervaardigen, transformeren en/of in uitoefening van een bedrijf uitwisselen en/of anderszins ter beschikking stellen en/of herstellen en/of beproeven en/of verhandelen zonder erkenning van een wapen van de categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie en/of een of meer hulpstukken die specifiek bestemd zijn voor wapens van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie en/of essentiële onderdelen van vuurwapens en/of onderdelen van wapens die van die van wezenlijke aard zijn en/of een wapen van categorie I onder 3 van de Wet wapens en munitie en hiervan een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt in de periode 15 februari 2024 tot en met 15 september 2025 te Apeldoorn;
subsidiair:
het voorhanden hebben van een wapen van de categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie en/of een of meer hulpstukken die specifiek bestemd zijn voor wapens van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie en/of essentiële onderdelen van vuurwapens en/of onderdelen van wapens die van die van wezenlijke aard zijn en/of een wapen van categorie I onder 3 van de Wet wapens en munitie op 15 september 2025 te Apeldoorn;
ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:
medeplegen van het zonder consent doen binnenkomen in Apeldoorn en doen uitgaan vanuit Emmerich van een of meer vuurwapens op 5 november 2024;
ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:
het voorhanden hebben van een of meer wapens, te weten een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie en/of een wapen van categorie II, onder 3 van de Wet wapens en munitie en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie en/of hulpstukken die specifiek bestemd zijn voor wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, op 15 september 2025 te Apeldoorn.
De volledige tenlasteleggingen zijn opgenomen in bijlage I bij dit vonnis en gelden als hier ingevoegd.
3 Voorvragen
De dagvaardingen zijn geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4 Waardering van het bewijs
Zaak A
ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:
De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd. De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend is bewezen, omdat de verdachte het feit heeft bekend en zijn verklaring steun vindt in de overige bewijsmiddelen.
Anders dan de raadsvrouw oordeelt de rechtbank ook bewezen dat de verdachten de dreigende woorden “ik steek je neer”, “we schieten je neer”, “je geeft je telefoon of je gaat dood” en/of “jouw leven is voorbij als je niet doet wat er gezegd wordt”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking hebben geuit, zoals ten laste is gelegd. Dat de verdachten aangever hebben bedreigd volgt uit de aangifte en het politieverhoor op 16 november 2024 waarbij verdachte heeft verklaard ‘dat ze de man wilden laten schrikken door te zeggen dat ze hem pijn gingen doen en dat hij een keer of zes tegen [medeverdachte] zei dat hij zijn mes moest pakken en dat [medeverdachte] tegen hem zei dat hij moest schieten’.
ten aanzien van het onder 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde:
De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd. De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat de ten laste gelegde feiten 2, 3, 4, 5 en 6 wettig en overtuigend zijn bewezen, omdat de verdachte de feiten heeft bekend en zijn verklaring steun vindt in de overige bewijsmiddelen.
Zaak B
ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde:
De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd. De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat de ten laste gelegde feiten 1, 2 (primair), 3 en 4 wettig en overtuigend zijn bewezen, omdat de verdachte de feiten heeft bekend en zijn verklaring steun vindt in de overige bewijsmiddelen.
Nadere motivering ten aanzien van feit 2
De rechtbank is van oordeel dat het primair ten laste gelegde feit bewezen kan worden. Uit de bewijsmiddelen, in onderling en samenhang bezien, kan worden afgeleid dat de verdachte veelvuldig en actief gesprekken heeft gevoerd over de aankoop, verkoop en levering van vuurwapens en munitie. Ook zijn er afbeeldingen en videomateriaal van vuurwapens en munitie uitgewisseld, waarbij onder meer te zien is dat de verdachte een vuurwapen afvuurt en waarin wordt gesproken over aan- en verkoopprijzen. Bovendien blijkt uit het dossier dat sprake is geweest van een daadwerkelijke transactie met een zogenoemde pseudokoper (undercover-agent). Hoewel de verdachte ter terechtzitting meermaals heeft aangegeven dat deze gesprekken ‘stoerdoenerij’ waren, is de rechtbank van oordeel dat sprake was van handel in de artikel 9 lid 1 van de Wet wapens en munitie.
Gelet op de hoeveelheid en de inhoud van de wapengerelateerde chatgesprekken, het aantal verschillende personen met wie de verdachte contact heeft gehad over de aan- en verkoop van vuurwapens en de periode waarin deze gesprekken hebben plaatsgevonden, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zonder erkenning heeft gehandeld uit beroep en/of gewoonte. De rechtbank is van oordeel dat dit handelen van de verdachte getuigt van stelselmatigheid en een vast voornemen om wapens te blijven verhandelen.
5 Bewezenverklaring
Zaak A
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat
ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:
hij op 15 november 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander, [benadeelde partij] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door:
- die [benadeelde partij] een vuurwapen te tonen,
- tegen die [benadeelde partij] te zeggen: "ik steek je neer", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl (de mede)verdachte zijn hand in zijn zak had en
- tegen die [benadeelde partij] te zeggen: "we schieten je neer", "je geeft je telefoon òf je gaat dood" en/of "jouw leven is voorbij als je niet doet wat er gezegd wordt", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:
hij op 15 november 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander, [benadeelde partij],
door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [benadeelde partij] hem wederrechtelijk hebben gedwongen iets te doen, te weten het verwijderen van zijn Discord account en het verwijderen van één of meer andere gegevens uit zijn telefoon en één of meer perso(o)n(en) te bellen, door:
- die [benadeelde partij] een vuurwapen te tonen,
- tegen de [benadeelde partij] te zeggen: "ik steek je neer", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl (de mede)verdachte zijn hand in zijn zak had en
- tegen die [benadeelde partij] te zeggen: "we schieten je neer", "je geeft je telefoon òf je gaat dood" en/of "jouw leven is voorbij als je niet doet wat er gezegd wordt", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:
hij op 15 november 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, nl. een gaspistool van het merk/type Zoraki 917-P, kaliber 9 mm PAK en een onderdeel van voornoemd vuurwapen te weten
2 patroonmagazijnen, voorhanden heeft gehad;
ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:
hij op 15 november 2024 te Rotterdam, munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 6, 15 en 31 knalpatronen, met bodemstempel 9mm PAK, voorhanden heeft gehad;
ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde:
hij op 15 november 2024 te Rotterdam, een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht,
voorhanden heeft gehad;
ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde:
hij op 15 november 2024 te Rotterdam, een wapen van categorie I, onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een vilmes voorhanden heeft gehad.
Zaak B
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat
ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:
hij in de periode van 1 mei 2025 tot en met 13 juni 2025 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk/type Blow TR 17, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen;
ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:
hij in de periode van 15 februari 2024 tot en met 15 september 2025 te Apeldoorn, zonder erkenning
een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (scherpschietend) pistool, bestemd voor munitie van het kaliber .22
en
hulpstukken die specifiek bestemd zijn voor wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie en essentiële onderdelen van vuurwapens en onderdelen van wapens die van wezenlijke aard zijn, te weten:
- een 3D-geprinte onderkast en een 3D-geprint patroonmagazijn van/bestemd voor een FGC-9 model MKII,
- een 3D-geprinte onderkast (replica) en 3D-geprinte patroonmagazijnhuizen van een (machine)pistool, merk MAC (model M10/M11),
- een 3D-geprinte onderkast voorzien van het opschrift Rebel-9 en een 3D-geprinte bovenkast en een 3D-geprint patroonmagazijnhuis bestemd voor kaliber 9x19 mm, zijnde wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,
en
een wapen van categorie I, onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten een geluiddemper,
heeft vervaardigd, getransformeerd en/of in de uitoefening van een bedrijf heeft uitgewisseld en/of anderszins ter beschikking gesteld en/of hersteld en/of beproefd en/of verhandeld, en verdachte daarvan een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt;
ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:
hij op 5 november 2024 te Apeldoorn in Nederland en/of Emmerich in Duitsland tezamen en in vereniging met een ander zonder consent twee wapens van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een (gas)pistool van het merk/type Zoraki 918 (9mm P.A.K.), en
- een (gas)pistool van het merk/type Zoraki 917-p (9mm P.A.K.),
zijnde een of meer vuurwapens in de vorm van een pistool heeft doen binnenkomen en/of heeft doen uitgaan;
ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:
hij op 15 september 2025 te Apeldoorn wapens, te weten
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (gas)pistool van het merk/type Zoraki 918 (9mm P.A.K.), en
- een wapen van categorie II, onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten een enkelschots hagelgeweer met ingekorte loop, merk/type Husqvarna Rolling Block,
en
munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
- 23 kogelpatronen van het kaliber .22lr (merk “CCI”),
- 12 knalpatronen van het kaliber 8 mm P.A.K. (merk “GEL”),
- 18 knalpatronen van het kaliber 9 mm P.A.K. (merk “Pobjeda”), en
- 4 hagelpatronen kaliber 16,
en
een of meer hulpstukken die specifiek bestemd zijn voor wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie en/of essentiële onderdelen van vuurwapens en/of onderdelen van wapens die van wezenlijke aard zijn, te weten een bovenkast en spangreep van een (semi)automatisch geweer van het model AR-15 voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
6 Bewijs
De rechtbank grondt haar beslissing dat de verdachte het bewezen geachte heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.
7 Strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
8 Strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
9 Motivering van de straffen en maatregelen
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist om aan de verdachte op te leggen een jeugddetentie voor de duur van 86 dagen, waarvan 43 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten. De officier van justitie verzoekt de rechtbank daarbij, naast de algemene voorwaarde, de bijzondere voorwaarden op te leggen zoals die door de Raad en Jeugdbescherming Gelderland zijn geadviseerd. De officier van justitie vordert verder om aan de verdachte op te leggen de gedragsbeïnvloedende maatregel (hierna: GBM) voor de duur van 12 maanden, in de vorm van een verplichte behandeling bij Accare of een soortgelijke instelling, gericht op verdachtes autismespectrumstoornis en delictgedrag. De vervangende jeugddetentie voor het geval verdachte niet aan de maatregel voldoet dient vastgesteld te worden op 2 weken per maand. Tot slot moet de GBM dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat de verdachte bereid is zich aan de voorwaarden te houden. De verdediging kan zich kan vinden in de voorgestelde behandeling en is bereid hieraan mee te werken. Gelet hierop stelt de raadsvrouw zich op het standpunt dat het opleggen van een GBM niet nodig is, aangezien de behandeling ook als bijzondere voorwaarde kan worden opgenomen, gekoppeld aan een voorwaardelijke jeugddetentie.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de straf laat de rechtbank zich leiden door de persoon van de verdachte zoals die naar voren komt in de nagenoemde rapportages en hetgeen de deskundigen ter zitting hebben verklaard, alsmede de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich op 15 november 2024 schuldig gemaakt aan het medeplegen van bedreiging en dwang om iets te doen ten aanzien van aangever [benadeelde partij], waarbij aan de aangever onder andere een vuurwapen is getoond. Daarnaast had de verdachte die dag nog meer goederen voorhanden die strafbaar zijn gesteld in de Wet wapens en munitie. Uit het dossier komt naar voren dat de verdachten zich voor hebben gedaan als een minderjarig meisje en in die hoedanigheid een afspraak hadden gemaakt met aangever, waarbij het doel van de feiten is geweest om de man met zijn (veronderstelde) pedofiele geaardheid te confronteren. Voor zover verdachte deze strafbare feiten heeft gepleegd omdat hij een rechtvaardiging zag in het confronteren van het betreffende slachtoffer met zijn gedrag, dient duidelijk te zijn dat hierin geen enkele rechtvaardiging voor zijn handelen ligt, ongeacht welk moreel oordeel verdachte heeft over de (seksuele) voorkeuren en het gedrag van het slachtoffer. Het spelen voor eigen rechter leidt tot willekeurig handelen, gewelddadige escalaties en daarmee tot veel onveiligheid in de samenleving. Juist om dit te voorkomen is het optreden tegen strafbaar (pedoseksueel) handelen opgedragen aan politie en justitie en ligt de beoordeling hiervan in handen van de onafhankelijke rechter.
De verdachte en zijn medeverdachte hebben met de gevoelens van de aangever geen enkele rekening gehouden. Daarnaast hebben de verdachten door zo te handelen ook bijgedragen aan gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij en meer in het bijzonder aan die van het slachtoffer. Het is een feit van algemene bekendheid en het blijkt in deze zaak ook uit de toelichting bij de vordering van het slachtoffer dat bij slachtoffers van delicten als het bewezenverklaarde, lange tijd gevoelens van angst en onzekerheid (kunnen) blijven bestaan, waardoor zij in hun deelname aan het maatschappelijk verkeer ernstig kunnen worden belemmerd. De rechtbank rekent verdachte dit aan.
De verdachte heeft daarnaast verschillende soorten wapens voorhanden gehad en zich voor een geruime periode van meer dan een jaar schuldig gemaakt aan de handel in wapens en munitie, zodanig dat hij hiervan een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt. De verdachte en zijn medeverdachten hebben in die periode, op 13 juni 2025 in Apeldoorn, daadwerkelijk een wapen aan een pseudokoper (undercover-agent) verkocht. Ook heeft de verdachte eerder zonder consent wapens vanuit Duitsland Nederland doen binnenkomen. De wapens die de verdachte voorhanden had en waarin de verdachte handelde zijn gevaarlijk. Het ongecontroleerde bezit hiervan levert een gevaar op voor de maatschappij en zorgt voor onrust en gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Door zijn handelen heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van de illegale wapenhandel in Nederland en daarmee aan de mogelijkheid dat deze wapens worden gebruikt. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.
Persoon en persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van een Uittreksel Justitiële Documentatie van 12 mei 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder veroordeeld.
De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van de rapportages die over de verdachte zijn opgesteld, waaronder:
-
het psychiatrisch en psychologisch onderzoek, opgemaakt door [psychiater] als (kinder- en jeugd)psychiater en [orthopedagoog-generalist] als orthopedagoog-generalist van 19 februari 2026;
-
de rapportages van de Raad, waaronder het rapport van 7 juli 2026 ten behoeve van de inhoudelijke behandeling.
Uit het rapport van de psychiater en psycholoog blijkt dat er bij de verdachte sprake is van een autismespectrumstoornis. Het niveau van ernst is niveau 1, wat inhoudt dat er ondersteuning vereist is. De autismespectrumstoornis was volgens de deskundigen aanwezig ten tijde van de tenlastegelegde feiten, waardoor geadviseerd wordt om de feiten bij een bewezenverklaring in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. De deskundigen concluderen dat de kans op recidive hoog is indien er geen behandeling komt voor zijn autismespectrumstoornis. Derhalve wordt het noodzakelijk geacht dat verdachte individuele behandeling krijgt met daarnaast psycho-educatie voor zowel verdachte als zijn ouders. Naar de mening van de rapporteurs kan dit het beste vormgegeven worden in een strak juridisch kader, te weten door middel van een GBM. Binnen de GBM wordt een verplicht jeugdreclasseringstoezicht geadviseerd met de voorwaarden in de vorm van het volgen van een behandeling bij Accare of soortgelijke instelling.
De Raad adviseert – overeenkomstig het advies van de deskundigen – om aan verdachte een GBM op te leggen.. Bij verdachte is sprake van een grote kwetsbaarheid. Hij is erg beïnvloedbaar, ziet geen risico's in situaties en personen en is hierdoor naïef. Deze naïviteit heeft hem in gevaarlijke situaties gebracht, voor zichzelf en ook voor de maatschappij. De kern van de problematiek is dat verdachte grenzen is overgegaan, en dat hij daar de ernst onvoldoende van lijkt in te zien. Dit maakt dat behandeling bij Accare noodzakelijk is. Hoewel verdachte zich meewerkend opstelt en verschijnt op afspraken tijdens zijn schorsing, is een eerdere schorsing voor verdachte onvoldoende gebleken om het delictgedrag te stoppen. Om deze reden is het van belang dat er meer toezicht komt op verdachte en er een duidelijk kader is met een consequent 'lik-op-stuk beleid'. Zonder behandeling wordt de kans op recidive hoog ingeschat. Gezien de ernst van de feiten maakt de Raad zich hier grote zorgen over, zowel voor de veiligheid van verdachte zelf als voor de veiligheid van zijn omgeving en de maatschappij. Ten aanzien van de leer- en behandelmogelijkheid is het positief dat verdachte en ouders mee willen werken aan de behandeling bij Accare. Voor de termijn van de GBM adviseert de Raad een termijn van 12 maanden, gezien de problematiek, de verschillende modules die er gevolgd zullen worden en de tijd die het nodig heeft om te kunnen beklijven. Tevens adviseert de Raad om een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met een proeftijd van 2 jaar en naast de in het rapport genoemde voorwaarden moet opgenomen worden dat verdachte indien dat noodzakelijk wordt gevonden, na afloop van de GBM maatregel, nog aan ambulante behandeling dient mee te werken.
De Jeugdbescherming Gelderland sluit zich aan bij het advies van de deskundigen zoals vermeld in de Pro-Justitia rapportage en het rapport van de Raad. Er moet een GBM opgelegd worden zodat er duidelijkheid is voor de verdachte en zijn behandeling gewaarborgd wordt.
De moeder heeft naar voren gebracht dat zij ziet dat het kwartje bij de verdachte inmiddels wel is gevallen. Zij heeft er vertrouwen in dat zowel de verdachte als de ouders mee gaan werken aan de behandeling en heeft naar voren gebracht trots te zijn op haar zoon.
Jeugddetentie
Gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd, zoals hiervoor beschreven, oordeelt de rechtbank dat niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie. De rechtbank acht, overeenkomstig de eis van de officier van justitie, een jeugddetentie voor de duur van 86 dagen passend en geboden. De tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht dient bij de tenuitvoerlegging van de straf in mindering te worden gebracht. De rechtbank bepaalt dat van deze straf in totaal 43 dagen niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij later anders wordt gelast. Aan het voorwaardelijke strafdeel zal de rechtbank de door de Raad en Jeugdbescherming Gelderland geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden met een proeftijd van twee jaar. Dit geldt ook voor de op zitting extra geadviseerde voorwaarde dat verdachte indien dit noodzakelijk wordt geacht, na afloop van de GBM maatregel, nog mee dient te werken aan ambulante behandeling.
De rechtbank heeft bij het bepalen van deze straf ook rekening gehouden met de verminderde toerekenbaarheid van de verdachte in combinatie met de noodzaak van, zoals hierna beschreven, een behandeling. De rechtbank vindt het niet in het belang van de verdachte om hem opnieuw vast te zetten; het is immers belangrijk dat de behandeling zo spoedig mogelijk start, waardoor het recidiverisico vermindert.
Dadelijke uitvoerbaarheid voorwaarden
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die gericht zijn tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. Gelet hierop en gelet op het rapport van de raad, waaruit blijkt dat het recidiverisico ‘hoog’ wordt geacht, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de te stellen bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.
Gedragsbeïnvloedende maatregel
Uit de eerdergenoemde rapportages en adviezen blijkt dat bij de verdachte sprake is van een autismespectrumstoornis, niveau 1. Dit houdt in dat daarbij ondersteuning vereist is. Indien er geen intensieve behandeling voor de autismespectrumstoornis van de verdachte volgt, is het recidiverisico hoog. De rechtbank legt naast de straf, conform de adviezen van de gedragsdeskundigen, de Raad en de Jeugdbescherming Regio Gelderland, de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige op. De rechtbank neemt het programma van de GBM, zoals ingevuld door de Raad, over. De verdachte moet meewerken aan een behandeling bij Accare of een soortgelijke instelling. Als verdachte niet meewerkt aan (één van) deze voorwaarden loopt hij het risico om met een time-out dan wel met vervangende jeugddetentie in een Justitiële Jeugdinrichting te worden geplaatst. De ernst van het door verdachte gepleegde feit, in combinatie met de intensiteit van de benodigde behandeling van verdachte voor een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling, maken dat de rechtbank een GBM oplegt voor de duur van 12 maanden. De vervangende jeugddetentie voor het geval verdachte niet aan de maatregel voldoet dient vastgesteld te worden op 2 weken per maand.
Dadelijke uitvoerbaarheid GBM
Gezien verdachtes autismespectrumstoornis, het verloop van de voorlopige hechtenis en het hoge recidiverisico, houdt de rechtbank er ernstig rekening mee dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen dan wel zich belastend zal gedragen. De rechtbank is gelet op de conclusies van de deskundigen over de persoon van verdachte voorts van oordeel dat de dadelijke uitvoerbaarheid in het belang van de verdachte is. Daarom zal de rechtbank bevelen dat het programma waaruit de maatregel bestaat dadelijk uitvoerbaar is.
10 De benadeelde partij
Zaak A
De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend van in totaal € 3.740,-, bestaande uit € 1.240,- aan materiële schade en € 2.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van de benadeelde partij is ter zitting door de raadsman van de benadeelde partij toegelicht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering ten aanzien van het materiële gedeelte dient te worden toegewezen. De post ter zake van de beschadigde broek van € 332,- en het eigen risico over 2025 van € 325,- is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Ten aanzien van de overige materiële kosten, zoals het eigen risico over 2026 en de reiskosten naar de psycholoog in Vlaardingen ontbreekt een toereikende onderbouwing.
De vordering ten aanzien van de immateriële schade is volgens de officier van justitie geheel voor toewijzing vatbaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat het materiële gedeelte van de vordering niet voor toewijzing vatbaar is, aangezien de kosten niet zijn onderbouwd. Op de foto in het dossier is niet te zien dat de broek van aangever kapot is gegaan. Er is daarnaast onvoldoende aangetoond dat het eigen risico betaald moest worden in verband met een psychologische behandeling naar aanleiding van het ten laste gelegde feit. Ook is het aantal kilometers naar de psycholoog in Vlaardingen volgens Google Maps minder dan op de vordering wordt aangegeven.
Ten aanzien van de immateriële schade stelt de raadsvrouw zich op het standpunt dat het bedrag in het geheel moet worden afgewezen, dan wel moet worden gematigd. Er is onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een causaal verband. Voor zover de rechtbank de Rotterdamse Schaal als richtsnoer zal kiezen, moet aansluiting worden gezocht bij een andere categorie dan de raadsman van de benadeelde partij heeft gedaan, aangezien bedreiging en dwang ten laste is gelegd en niet een overval of afpersing.
Het oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De materiële schade is voor toewijzing vatbaar.. De benadeelde partij heeft de kosten voor de broek (€ 332,-), het eigen risico over 2025 (€ 385,-), het eigen risico over 2026 (€ 385,-) en de reiskosten vanuit huis naar de psycholoog in Vlaardingen en andersom (€ 138,-) voldoende onderbouwd. Hoewel uit de foto in het dossier niet zonder meer blijkt dat de broek beschadigd is geraakt, heeft aangever direct na het voorval bij zijn aangifte verklaard dat dit wel het geval was. De rechtbank acht op grond daarvan voldoende aannemelijk dat de beschadiging aan de broek het gevolg is van het ten laste gelegde feit. Ook is de rechtbank van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat aangever zowel in 2025 als in 2026 psychische hulp heeft gekregen van een psycholoog als gevolg van het ten laste gelegde feit, waardoor hij het bedrag aan eigen risico heeft moeten betalen. Tot slot zijn de reiskosten voor de bezoeken aan de psycholoog in Vlaardingen tevens voldoende onderbouwd. De rechtbank gaat voorbij aan het verweer van de verdediging dat de afstand minder kilometers betreft.
Immateriële schade
Een benadeelde partij kan op grond van artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) aanspraak maken op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. Dat kan als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Van een aantasting in de persoon op andere wijze is in ieder geval sprake indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen of indien het gaat om een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit blijkt dat hiervan sprake is. Op grond van vaste jurisprudentie kunnen in sommige gevallen de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen zonder zo'n nadere concrete onderbouwing.
Vast is komen te staan dat de benadeelde partij door de bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht door de verdachte. De aard en de ernst van de feiten brengen mee dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat van een aantasting in de persoon kan worden gesproken. Nadere onderbouwing van het geestelijk letsel is dan ook niet vereist, waarbij de rechtbank opmerkt dat de benadeelde partij daartoe relevante gegevens heeft overgelegd, die wel degelijk aanknopingspunten bieden voor de vaststelling dat er sprake is van geestelijk letsel. De psychische gevolgen die het bewezen verklaarde feit voor de benadeelde partij hebben gehad, blijken onder meer uit het feit dat de benadeelde partij gesprekken heeft gevoerd met psychologen vanwege het ten laste gelegde.
De vordering is door verdachte betwist en verzocht is om matiging. Op grond van de door de benadeelde partij gestelde omstandigheden, rekening houdend met vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, acht de rechtbank een bedrag van € 850,- aan immateriële schade billijk. De rechtbank merkt daarbij op dat zoals door de raadsvrouw van verdachte naar voren is gebracht voor de bepaling van de hoogte van de schadevergoeding aansluiting bij categorie 19.5 (bedreiging) moet worden gezocht.
De rechtbank zal de vordering tot een bedrag van € 2.090,- hoofdelijk toewijzen, bestaande uit € 1.240,- aan materiële kosten en € 850,- aan immateriële kosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade, te weten 15 november 2024.
In het belang van [benadeelde partij] wordt als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd. Vanwege het uitgangspunt dat geen gijzeling wordt opgelegd aan verdachten die volgens het jeugdstrafrecht worden berecht, zal de rechtbank de maximale duur van de gijzeling bepalen op 0 dagen.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.
11 Beslag
Onder de verdachte zijn de volgende goederen in beslag genomen:
Zaak A
1. STK Telefoontoestel, (Omschrijving: PL1700-2024383638-G6865608, met hoesje met ov, rood, merk: Apple;
Zaak B
|
Goed |
IBN-code |
KVI |
|
Nokia TA-1486 |
BA411.01.01.001 |
LORAC25001-187 |
|
Documenten instructie DIY |
BA411.01.02.001 |
LORAC25001-190 |
|
Gaspistool in hoofdonderdelen |
BA411.01.02.002 |
LORAC25001-186 |
|
Diverse WME onderdelen |
BA411.01.02.003 |
LORAC25001-186 |
|
3D geprinte vuurwapen onderdelen |
BA411.01.02.003 |
LORAC25001-186 |
|
HP laptop |
BA411.01.03.002 |
LORAC25001-188 |
|
Diverse WME 3D geprinte onderdelen |
BA411.01.04.001 |
LORAC25001-186 |
|
3D printer |
BA411.01.04.002 |
LORAC25001-189 |
|
WME onderdelen in kartonnen doosje |
BA411.01.05.001 |
LORAC25001-186 |
|
Gaspistool uit koffertje |
BA411.01.05.002 |
LORAC25001-186 |
|
Diverse munitie onder bed |
BA411.01.05.003 |
LORAC25001-186 |
|
3D geprinte onderdelen |
BA411.01.05.004 |
LORAC25001-186 |
|
WWM geweer |
BA411.01.05.005 |
LORAC25001-186 |
|
Overige WME gerelateerde voorwerpen |
BA411.01.05.006 |
LORAC25001-186 |
|
Zelfgemaakte geluiddemper |
BA411.01.06.001 |
LORAC25001-186 |
|
3D onderdelen |
BA411.01.07.001 |
LORAC25001-186 |
|
3D onderdelen WME |
BA411.01.07.002 |
LORAC25001-186 |
|
PC van het merk Narkoon |
BA411.01.07.003 |
LORAC25001-188 |
|
3D onderdelen WME |
BA411.01.08.001 |
LORAC25001-186 |
|
Freesmachine - CNC |
BA411.01.08.002 |
LORAC25001-191 |
|
Laptop Dell Latitude |
BA411.01.08.003 |
LORAC25001-188 |
|
WME gerelateerde onderdelen |
BA411.01.09.001 |
LORAC25001-186 |
|
Adhesive spray for 3D printer |
BA411.01.10.001 |
LORAC25001-193 |
|
3D printer Bambu Lab |
BA411.01.10.002 |
LORAC25001-189 |
|
Walther P99 airsoft in verpakking |
BA411.01.11.001 |
LORAC25001-192 |
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd het om het mobiele toestel (Nokia, model TA-1486) verbeurd te verklaren en alle vuurwapens, wapens en wapenonderdelen te onttrekken aan het verkeer.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om teruggave van de telefoon. De verdachte is bereid om deze terug te zetten naar de fabrieksinstellingen.
Het oordeel van de rechtbank
Onttrekken aan het verkeer
De rechtbank is van oordeel dat alle onder de verdachte inbeslaggenomen goederen wat betreft wapens of onderdelen daarvan moeten worden onttrokken aan het verkeer, aangezien deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit hiervan in strijd is met de wet of het algemeen belang, dan wel met behulp van deze voorwerpen het bewezen geachte is begaan.
|
Goed |
IBN-code |
KVI |
|
Documenten instructie DIY |
BA411.01.02.001 |
LORAC25001-190 |
|
Gaspistool in hoofdonderdelen |
BA411.01.02.002 |
LORAC25001-186 |
|
Diverse WME onderdelen |
BA411.01.02.003 |
LORAC25001-186 |
|
3D geprinte vuurwapen onderdelen |
BA411.01.02.003 |
LORAC25001-186 |
|
Diverse WME 3D geprinte onderdelen |
BA411.01.04.001 |
LORAC25001-186 |
|
WME onderdelen in kartonnen doosje |
BA411.01.05.001 |
LORAC25001-186 |
|
Gaspistool uit koffertje |
BA411.01.05.002 |
LORAC25001-186 |
|
Diverse munitie onder bed |
BA411.01.05.003 |
LORAC25001-186 |
|
3D geprinte onderdelen |
BA411.01.05.004 |
LORAC25001-186 |
|
WWM geweer |
BA411.01.05.005 |
LORAC25001-186 |
|
Overige WME gerelateerde voorwerpen |
BA411.01.05.006 |
LORAC25001-186 |
|
Zelfgemaakte geluiddemper |
BA411.01.06.001 |
LORAC25001-186 |
|
3D onderdelen |
BA411.01.07.001 |
LORAC25001-186 |
|
3D onderdelen WME |
BA411.01.07.002 |
LORAC25001-186 |
|
3D onderdelen WME |
BA411.01.08.001 |
LORAC25001-186 |
|
WME gerelateerde onderdelen |
BA411.01.09.001 |
LORAC25001-186 |
|
Walther P99 airsoft in verpakking |
BA411.01.11.001 |
LORAC25001-192 |
Verbeurdverklaren
De rechtbank is van oordeel dat de iPhone 13, Nokia, laptops/computers en 3D printer dienen te worden verbeurdverklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting en het dossier is gebleken dat de bewezenverklaarde feiten met behulp van deze voorwerpen, die aan verdachte op wijze als bedoeld in artikel 33a, eerste lid Sr, toebehoort, is begaan.
1 STK Telefoontoestel, (Omschrijving: PL1700-2024383638-G6865608, met hoesje met ov, rood, merk: Apple.
|
Goed |
IBN-code |
KVI |
|
Nokia TA-1486 |
BA411.01.01.001 |
LORAC25001-187 |
|
HP laptop |
BA411.01.03.002 |
LORAC25001-188 |
|
PC van het merk Narkoon |
BA411.01.07.003 |
LORAC25001-188 |
|
Laptop Dell Latitude |
BA411.01.08.003 |
LORAC25001-188 |
|
3D printer |
BA411.01.04.002 |
LORAC25001-189 |
12 Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77w, 77wa, 77wc, 77x, 77y, 77z, 77aa, 284, 285 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9, 13, 14, 26, 31 en 55 van de Wet wapens en munitie.
13 Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat de verdachte het in zaak A onder feiten 1, 2, 3, 4, 5, 6, en zaak B feiten 1, 2 (primair), 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op:
Zaak A
ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:
medeplegen bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling
ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:
medeplegen van een ander door bedreiging met geweld en bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk te dwingen iets te doen
ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III
ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II
ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
Zaak B
ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:
medeplegen van het handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III
ten aanzien van het onder 2 (primair) ten laste gelegde:
handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III, meermalen gepleegd, terwijl hij van het verhandelen van wapens en munitie een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt
ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:
medeplegen van het handelen in strijd met artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot wapen van categorie III, meermalen gepleegd
ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III, meermalen gepleegd
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart de verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 86 (zesentachtig) dagen.
Beveelt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Bepaalt dat 43 dagen niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van de voorwaarden.
Stelt de proeftijd vast op 2 jaren onder de algemene voorwaarde dat de verdachte:
- zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte:
- meewerkt aan vinden en behouden van een passende dagbesteding’
- na afloop van de GBM meewerkt aan een ambulante behandeling, indien dit noodzakelijk wordt gevonden door de Jeugdbescherming Gelderland.
Van rechtswege gelden tevens de voorwaarden dat de verdachte:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in 77a, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
Geeft opdracht aan Jeugdbescherming Gelderland [locatie] tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de verdachte daarvan te begeleiden.
Beveelt dat de op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Legt aan de verdachte op de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de duur van 12 (twaalf) maanden, die staat uit:
- een behandeling bij Accare, of een soortgelijke instelling.
Jeugdbescherming Gelderland [locatie] heeft tot taak de ondersteuning van de maatregel uit te voeren.
Beveelt dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregelen wordt voldaan. De duur van deze vervangende jeugddetentie bedraagt 2 weken per maand voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan. Toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregelen niet op.
Beveelt dat de maatregel, gelet op artikel 77we, tweede lid, jo. artikel 38v, vierde lid, Sr, dadelijk uitvoerbaar is.
Benadeelde partij [benadeelde partij]
Wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van € 2.090,- (zegge: tweeduizendnegentig euro), bestaande uit € 1.240,- aan materiële schade en € 850,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van ontstaan van de schade, te weten 15 november 2024, tot aan de dag van algehele voldoening.
Veroordeelt de verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij], behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.
Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Legt aan de verdachte op de maatregel van schadevergoeding ten behoeve van [benadeelde partij] ter hoogte € 2.090,- (zegge: tweeduizendnegentig euro). Voormeld bedrag bestaat uit materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van ontstaan, te weten 15 november 2024, tot aan de algehele voldoening, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald. Bepaalt daarbij de maximale duur van de gijzeling op 0 dagen.
Bepaalt dat, indien en voor zover de verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.
Bepaalt de benadeelde partij [benadeelde partij] voor het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk is in zijn vordering.
Onttrekt aan het verkeer:
|
Goed |
IBN-code |
KVI |
|
Documenten instructie DIY |
BA411.01.02.001 |
LORAC25001-190 |
|
Gaspistool in hoofdonderdelen |
BA411.01.02.002 |
LORAC25001-186 |
|
Diverse WME onderdelen |
BA411.01.02.003 |
LORAC25001-186 |
|
3D geprinte vuurwapen onderdelen |
BA411.01.02.003 |
LORAC25001-186 |
|
Diverse WME 3D geprinte onderdelen |
BA411.01.04.001 |
LORAC25001-186 |
|
WME onderdelen in kartonnen doosje |
BA411.01.05.001 |
LORAC25001-186 |
|
Gaspistool uit koffertje |
BA411.01.05.002 |
LORAC25001-186 |
|
Diverse munitie onder bed |
BA411.01.05.003 |
LORAC25001-186 |
|
3D geprinte onderdelen |
BA411.01.05.004 |
LORAC25001-186 |
|
WWM geweer |
BA411.01.05.005 |
LORAC25001-186 |
|
Overige WME gerelateerde voorwerpen |
BA411.01.05.006 |
LORAC25001-186 |
|
Zelfgemaakte geluiddemper |
BA411.01.06.001 |
LORAC25001-186 |
|
3D onderdelen |
BA411.01.07.001 |
LORAC25001-186 |
|
3D onderdelen WME |
BA411.01.07.002 |
LORAC25001-186 |
|
3D onderdelen WME |
BA411.01.08.001 |
LORAC25001-186 |
|
WME gerelateerde onderdelen |
BA411.01.09.001 |
LORAC25001-186 |
|
Walther P99 airsoft in verpakking |
BA411.01.11.001 |
LORAC25001-192 |
Verklaart verbeurd:
1. STK Telefoontoestel, (Omschrijving: PL1700-2024383638-G6865608, met hoesje met ov, rood, merk: Apple.
|
Goed |
IBN-code |
KVI |
|
Nokia TA-1486 |
BA411.01.01.001 |
LORAC25001-187 |
|
HP laptop |
BA411.01.03.002 |
LORAC25001-188 |
|
PC van het merk Narkoon |
BA411.01.07.003 |
LORAC25001-188 |
|
Laptop Dell Latitude |
BA411.01.08.003 |
LORAC25001-188 |
|
3D printer |
BA411.01.04.002 |
LORAC25001-189 |
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde jeugddetentie.
Dit vonnis is gewezen door
mr. I.M. Nusselder, voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. A.E. van Montfrans en S. Groot, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.M. Elsman, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 juli 2026.
[…]
[…]