Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-228189-25, 10-195708-25, 10-281374-25, 10-345367-25, 10-249117-23
Datum uitspraak: 23 februari 2026
Datum zitting: 9 februari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [gerboortedatum] 1991 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres: [detentieadres] , [postcode] [detentieplaats] (adres van de penitentiaire inrichting [naam P.I.] ),
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] .
Advocaat van de verdachte: mr. S.E.M. Hooijman
Officier van justitie: mr. S.E. Poutsma
Benadeelde partijen: [benadeelde 1] en [benadeelde 2]
Leeswijzer
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan zes strafbare feiten. Die feiten zijn in vijf verschillende dagvaardingen genoemd. De rechtbank heeft die feiten van een doorlopende nummering voorzien. Samengevat komt de beschuldiging erop neer dat de verdachte heeft geprobeerd om zwaar lichamelijk letsel toe te brengen aan [slachtoffer 1] door een mes naar zijn hoofd te gooien (feit 1) en dat hij hem heeft bedreigd (feit 2). Feit 3 ziet op een vernieling in een Dirk supermarkt. Feit 4 betreft de oplichting van drie personen, subsidiair wordt de verdachte beschuldigd van witwassen. De beschuldiging van feit 5 ziet op de vernieling van meerdere ruiten van de woning van zijn ouders. Feit 6 betreft een bedreiging.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in hoofdstuk 1.
Het ten aanzien van feit 5 gevoerde niet-ontvankelijkheidsverweer wordt verworpen. De officier van justitie mag de verdachte dus ook voor dat feit vervolgen. Deze beslissing wordt in hoofdstuk 2 uitgelegd.
De beschuldiging is voor een deel niet bewezen. De bewezenverklaring, de motivering daarvan en de bespreking van de bewijsverweren, de bewijsmiddelen en de argumenten die tot vrijspraak hebben geleid, staan in hoofdstuk 3.
De feiten en de verdachte zijn strafbaar. Deze beslissingen staan in hoofdstuk 4.
De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 215 dagen. Daarnaast legt de rechtbank aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden en de
gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op. In hoofdstuk 5 wordt uitgelegd waarom deze straf en maatregel worden opgelegd.
In hoofdstuk 6 staat de beslissing over de voorlopige hechtenis.
Twee van de benadeelde partijen hebben een vordering tot schadevergoeding ingediend. De ene vordering wordt deels en de andere vordering wordt geheel toegewezen. In hoofdstuk 7 worden deze beslissingen uitgelegd.
In hoofdstuk 9 staan alle beslissingen.
hij in of omstreeks 19 januari 2025 tot en met 24 februari 2025 5 te Rotterdam, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meerdere geldbedragen, door- zich voor te doen als bonafide verhuurder,- een woning en/of kamer gelegen aan de [adres 2] te huur aan te bieden via facebook,- met die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] via Whatsapp en/of de mail contact te hebben over het huren van de woning en/of kamer,- met die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] fysiek af te spreken om het te hebben over het huren van de woning en/of kamer,- een huurcontract van de woning en/of kamer voor die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] op te stellen,- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] een rondleiding van de woning en/of kamer te geven,- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] een sleutel te geven van de woning en/of kamer die op een later moment niet meer op de voordeur paste en/of- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] kosten in rekening te brengen en/of deze kosten over te laten maken (via een tikkie) voor de borg van de woning en/of voor een voorschot van de woning en/of voor de sleuteloverdracht van de woning;
hij in de periode 19 januari 2025 tot en met 24 februari 2025 te Rotterdam, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een of meerdere geldbedragen, door- zich voor te doen als bonafide verhuurder,- een woning en/of kamer gelegen aan de [adres 2] te huur aan te bieden via Facebook,- met die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] via WhatsApp en/of de mail contact te hebben over het huren van de woning en/of kamer,- met die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] fysiek af te spreken om het te hebben over het huren van de woning en/of kamer,- een huurcontract van de woning en/of kamer voor die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] op te stellen,- die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] een rondleiding van de woning en/of kamer te geven,- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] een sleutel te geven van de woning en/of kamer die niet op de voordeur paste en/of- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] kosten in rekening te brengen en/of deze kosten over te laten maken (via een tikkie) voor de borg van de woning en/of voor een voorschot van de woning en/of voor de sleuteloverdracht van de woning;
De rechtbank:
vernietigt in de zaak met parketnummer 10-249117-23 de strafbeschikking van 22 januari 2025;
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 (10-228189-25, feit 1) heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 2 (10-228189-25, feit 2), 3 (10-281374-25), 4 primair (10-345367-25), 5 (10-195708-25) en 6 (10-249117-23), zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf en maatregelen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 215 (tweehonderdvijftien) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Tbs-maatregel
beveelt dat de verdachte voor de feiten 2 (10-228189-25, feit 2) en 6 (10-249117-23) ter beschikking wordt gesteld en stelt daarbij de volgende voorwaarden:
de verdachte maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit;
de verdachte zal meewerken aan reclasseringstoezicht:
a. de verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
b. de verdachte laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van de verdachte vast te stellen;
c. de verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
d. de verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
e. de verdachte zorgt ervoor dat hij te allen tijde bereikbaar is voor zijn begeleiders en behandelaars;
f. de verdachte werkt mee aan huisbezoeken;
g. de verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
h. de verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
i. de verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de verdachte, als dat van belang is voor het toezicht;
j. de verdachte verschaft de reclassering zicht op de voortgang van zijn resocialisaties en begeleiding en verleent de reclassering toestemming om relevante referenten te raadplegen en contact te onderhouden met personen en instanties die deel uitmaken van zijn netwerk;
k. de verdachte zal geen omgang hebben met personen die zijn resocialisatie in gevaar (kunnen) brengen en stelt zich open op, inzake het aangaan van nieuwe relaties of bestaande relaties en heeft er geen bezwaar tegen dat deze op ‘gepaste en discrete’ wijze door de reclassering worden gescreend;
3. de verdachte laat zich opnemen en zal verblijven in een nog nader door IFZ/DIZ te
indiceren klinische setting, of soortgelijke forensische instelling zulks te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing.
- De opname start direct aansluitend aan detentie. De opname duurt zolang de reclassering en het behandelteam dat nodig vinden.
- De verdachte houdt zich aan de daar geldende huisregels, afspraken en aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.
- Als de reclassering en het behandelteam een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vinden, werkt de verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
4. als de reclassering dat nodig vindt en de verdachte daarmee instemt, kan de verdachte voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrische Kliniek of andere (soortgelijke) instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de verdachte deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;
5. aansluitend aan zijn klinische opname zal de verdachte verblijven in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. Het verblijf duurt zolang de reclassering en zorginstelling dat nodig vinden. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
6. aansluitend aan zijn klinische behandeling laat de verdachte zich behandelen door een forensisch ambulante behandelinstelling of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering en/of de zorginstelling dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Bij een terugval in middelengebruik kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal de verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;
7. de verdachte gebruikt geen drugs en alcohol en werkt mee aan controle op dit verbod. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd. Mogelijke controlemiddelen zijn ademonderzoek (blaastest) en urineonderzoek;
8. de verdachte zet zich in voor het realiseren en behouden van een passende en door de reclassering goedgekeurde dagbesteding en houdt zich aan de voorwaarden c.q. regels die hem in dat kader gesteld worden;
9. de verdachte geeft inzage in zijn financiën en werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van betalingsregelingen. Desgewenst werkt hij mee aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen en/of beschermingsbewind;
10. de verdachte zal zich niet buiten de Europese landsgrenzen van Nederland begeven;
11. de verdachte zal op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoeken of hebben met:
- [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 1961;
12. de verdachte zal zich niet bevinden binnen het gebied in de gemeente Rotterdam dat wordt begrensd door de straten Oldegaarde, Zuiderparkweg, Slinge en Groene Kruisweg;
geeft aan GGZ Verslavingsreclassering Fivoor opdracht de verdachte bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;
beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden onmiddellijk uitvoerbaar is;
Gedragsbeïnvloedende maatregel (art. 38z Sr)
legt de verdachte voor de feiten 2 (10-228189-25, feit 2) en 6 (10-249117-23) op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;
Voorlopige hechtenis
beveelt de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de ter beschikking gestelde zich heeft laten opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. Aan deze schorsing worden dezelfde voorwaarden verbonden als die aan de tbs zijn verbonden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan de opgelegde gevangenisstraf;
Vorderingen benadeelde partijen
veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 2, (10-228189-25, feit 2), te betalen een bedrag van € 500,- (vijfhonderd euro), als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 25 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling;
wijst af het resterende deel van de vordering (feit 2, (10-228189-25, feit 2);
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor feit 2, (10-228189-25, feit 2), de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] aan de staat € 500,- (vijfhonderd euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 25 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 5 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij [benadeelde 1] of aan de staat heeft vergoed;
veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde 2] (feit 4 primair (10-345367-25, primair), te betalen een bedrag van € 706,91 (zevenhonderdzes euro en eenennegentig cent), als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 21 februari 2025 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij [benadeelde 2] gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor feit 4 primair (10-345367-25, primair) de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 2] aan de staat € 706,91 (zevenhonderdzes euro en eenennegentig cent) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 21 februari 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 7 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij [benadeelde 2] of aan de staat heeft vergoed.