Bestuursprocesrecht
In het beroep SGR 24/2236 is uitspraak gedaan. Vanwege ontbreken van connexiteit is het verzoek om een…
Rechtbank Den Haag, 26 april 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:12395 · Rechtbank Den Haag · 26 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2024-12395
Zaakgegevens
Op 26 april 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 26 april 2024
- Datum publicatie
- 8 augustus 2024
- Zaaknummer
- AWB - 24 _ 2715
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:12395
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
In het beroep SGR 24/2236 is uitspraak gedaan. Vanwege ontbreken van connexiteit is het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Het verzoek heeft er wel aan bijgedragen dat verweerder op korte termijn zal moeten beslissen op de VOG-aanvraag. Daarom proceskostenveroordeling en vergoeding van het griffierecht.
Uitspraak
Rechtbank DEN Haag
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/2715
uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 april 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening van
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde mr. J.C. Herrewijnen),
tegen
de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. V.N. Chaudron).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een Verklaring omtrent gedrag (VOG).
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag
van 10 januari 2024 (SGR 24/2236). Voorts heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft stukken en een reactie ingediend.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van heden heeft de rechtbank het beroep van verzoeker onder meer
kennelijk gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig beslissen op zijn VOG-aanvraag vernietigd en bepaald dat verweerder uiterlijk op 30 april 2024 een besluit moet nemen op de VOG-aanvraag. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek vanwege het ontbreken van connexiteit niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
3. Nu het verzoek om een voorlopige voorziening er wel aan heeft bijgedragen dat
verweerder op korte termijn zal (moeten) beslissen op de VOG-aanvraag, zal de voorzieningenrechter verweerder veroordelen in de proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het verzoek met een waarde per punt van € 875, en een wegingsfactor 0,5 (licht).
Voorts dient verweerder het betaalde griffierecht van € 187,- aan verzoeker te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter
-
verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk;
-
veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 437,50;
-
draagt verweerder op het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187,- te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Rossum, griffier. De beslissing wordt in het openbaar uitgesproken op 29 april 2024. De uitspraak is vanwege de daarmee gediende spoed eerder al aan partijen gezonden op 26 april 2024.
griffier voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.