Bestuursprocesrecht

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk want op dezelfde dag in hoofdzaak beslist. Verweerder…

Rechtbank Noord-Holland, 12 december 2025

Zaakgegevens

Op 12 december 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12 december 2025
Datum publicatie
10 december 2025
Zaaknummer
HAA 25/2951
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:14465
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk want op dezelfde dag in hoofdzaak beslist. Verweerder moet wel griffierecht en proceskostenvergoeding betalen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 25/2951


uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 december 2025 in de zaak tussen


[verzoeker] en [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekers

(gemachtigde: mr. K.J.T.M. Hehenkamp),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, verweerder

(gemachtigde: mr. Y. Kliphuis).

Als derde-partij nemen aan de zaak deel: [derde partij], uit [plaats]
(gemachtigde: mr. D. Quakernaat).

Inleiding

1.1

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers naar aanleiding van de afwijzing van hun verzoek om verlenging van de begunstigingstermijn van een door verweerder aan hen opgelegde last onder dwangsom.

1.2

Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2.1

Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.2

Bij uitspraak van heden (zaaknummers HAA 23/3567 en HAA 23/4325) heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep van verzoekers tegen de afwijzing van hun verzoek om verlenging van de begunstigingstermijn. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen connexe beroepsprocedure meer loopt. Het treffen van een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek om een voorlopige voorziening is kennelijk niet-ontvankelijk. Evenwel bestaat aanleiding om te bepalen dat verweerder het griffierecht aan verzoekers vergoedt en aan hen een vergoeding van hun proceskosten betaalt. Uit hetgeen de rechtbank in de hiervoor vermelde uitspraak heeft overwogen over de duur van de begunstigingstermijn, volgt immers dat het verzoek om een voorlopige voorziening op goede gronden is ingediend.De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door hun gemachtigde als beroepsmatige rechtsbijstandverlener krijgen verzoekers een vast bedrag per proceshandeling. Daarbij heeft een punt voor een proceshandeling een waarde van € 907,-. De gemachtigde heeft een verzoekschrift ingediend (één punt). De vergoeding bedraagt dus in totaal € 907,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- aan verzoekers moet vergoeden;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoekers.

Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. drs. J. de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.L. Pruntel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 12 december 2025.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Vergelijk de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 26 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:12395.