Bestuursrecht overig
BOBOG afgewezen, geen griffierecht betaald.
Rechtbank Den Haag, 30 september 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:10167 · Rechtbank Den Haag · 30 september 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2019-10167
Zaakgegevens
Op 30 september 2019 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 30 september 2019
- Datum publicatie
- 30 september 2019
- Zaaknummer
- 19_1596
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2019:10167
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BOBOG afgewezen, geen griffierecht betaald.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 19/1596
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
en
het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD) Bollenstreek, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van
11 februari 2019.
Eiser heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan. De rechtbank heeft bij brief van
7 mei 2019 het beroep op betalingsonmacht afgewezen omdat eiser niet aan de criteria voor betalingsonmacht voldoet. In deze brief is tevens meegedeeld dat een nieuwe nota griffierecht zal worden verzonden. Vervolgens heeft eiser op 2 juli 2019 digitaal nadere stukken toegestuurd. Hierop heeft de rechtbank op 5 september 2019 schriftelijk meegedeeld dat een tweede verzoek om betalingsonmacht niet in behandeling wordt genomen en verwijst hierbij naar de afwijzingsbrief van 7 mei 2019.
Bij aangetekende brief van 8 juni 2019 is eiser eraan herinnerd dat hij griffierecht moet betalen (de herinnering). Uit informatie van PostNL is gebleken dat de herinnering op
12 juni 2019 is uitgereikt.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41 van de Awb griffierecht betalen. Voor deze zaak is het griffierecht vastgesteld op € 47,-. De griffier stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet zijn betaald. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht betrokkene niet is toe te rekenen.
3. Een beroep op betalingsonmacht kan worden ingewilligd wanneer het netto maandinkomen minder bedraagt dan 90% van de voor de alleenstaande geldende bijstandsnorm. Uit de overlegde stukken blijkt dat eiser niet aan dit criterium voldoet. Het beroep op betalingsonmacht is daarom afgewezen.
4. In de herinnering is eiser er nog eens op gewezen dat het griffierecht binnen vier weken moet zijn betaald en dat anders het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Eiser heeft het griffierecht niet betaald. Dat dit eiser niet is toe te rekenen, is niet gebleken.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. van Riel, rechter, in aanwezigheid van
Z. Jainullah, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 september 2019.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 van de Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.