Bestuursrecht overig
BNT, alsnog besluit, intrekking, pkv.
Rechtbank Den Haag, 19 juni 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:7105 · Rechtbank Den Haag · 19 juni 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2020-7105
Zaakgegevens
Op 19 juni 2020 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 19 juni 2020
- Datum publicatie
- 29 juli 2020
- Zaaknummer
- NL20.5391
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2020:7105
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BNT, alsnog besluit, intrekking, pkv.
Uitspraak
uitspraak buiten zitting
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.5391
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.A. Krikke), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: T. Kleve).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft laten weten dat hij bereid is om de proceskosten van verzoeker te vergoeden.
Overwegingen
-
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
-
De rechtbank kan beslissen dat een van de partijen de proceskosten van de andere partij moet betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
-
Verzoeker is op 28 februari 2020 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag. Verweerder heeft de rechtbank op 17 maart 2020 bericht dat hij op 3 maart 2020 alsnog een beslissing heeft genomen. Omdat verweerder alsnog heeft beslist, heeft verzoeker het beroep ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
-
Omdat verweerder pas nadat verzoeker in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag, omdat verzoeker een advocaat heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen ging over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag
toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen
worden. Toegekend wordt € 262,50.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 262,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak voor zover nodig alsnog in het openbaar uitgesproken.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
19 juni 2020
Documentcode: [documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u hiertegen in verzet. U moet hiervoor binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt een verzetschrift indienen. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.