Bestuursrecht overig
Urgentieverklaring. Eiseres heeft onvoldoende procesbelang bij de beoordeling van haar beroep, nu zij…
Rechtbank Den Haag, 7 januari 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:17125 · Rechtbank Den Haag · 7 januari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2021-17125
Zaakgegevens
Op 7 januari 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 7 januari 2021
- Datum publicatie
- 4 november 2022
- Zaaknummer
- AWB - 21 _ 6762
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:17125
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Urgentieverklaring. Eiseres heeft onvoldoende procesbelang bij de beoordeling van haar beroep, nu zij inmiddels is verhuisd. Beroep niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/6762
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 januari 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. M.P. de Witte),
en
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
(gemachtigde: mr. G. Tjon Man Tsoi).
Procesverloop
Bij besluit van 29 juni 2021 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor een urgentieverklaring afgewezen.
Bij besluit van 12 oktober 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 5 januari 2022 ter zitting via een videoverbinding behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.
Overwegingen
Waar gaat deze zaak over?
1. Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd. Eiseres is op 30 januari 2019 met haar gezin vanuit Egypte naar [woonplaats] teruggekeerd. Zij woont met haar echtgenoot en vier minderjarige kinderen in bij haar ouders en twee zussen. Voor haar hele gezin is slechts één zolderkamer beschikbaar. Eiseres ondervindt daarbij veel (stress)problemen en de situatie is volgens haar niet meer houdbaar. Zij heeft vaak ruzie met haar vader die het gezin op straat dreigt te zetten. Eiseres heeft veel fysieke klachten waarvoor zij is doorverwezen naar een fysiotherapeut. Voor haar psychische klachten is zij in behandeling bij een psycholoog. De woning heeft onderhoudsproblemen wat niet gezond is voor haar kinderen.
Wat heeft verweerder besloten?
2. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen. Volgens verweerder zijn er verschillende weigeringsgronden uit de Huisvestingsverordening van toepassing op eiseres, waardoor zij niet in aanmerking komt voor een urgentieverklaring. Zo is er volgens verweerder geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem, woont eiseres niet in een zelfstandige woonruimte, is het huisvestingsprobleem toerekenbaar en was het redelijkerwijs te voorkomen en voorzienbaar. Ook kan eiseres haar huisvestingsprobleem redelijkerwijs op een andere manier oplossen.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres is het niet eens met verweerder en beroept zich op de hardheidsclausule.
Eiseres heeft een bijstandsuitkering en kan geen particuliere woning huren. Eiseres vreest voor haar lichamelijke en geestelijke gezondheidstoestand en die van haar gezinsleden. Zij heeft vaak ruzie met haar vader, omdat hij het gezin op straat dreigt te zetten, terwijl in de opvang geen plaats is voor haar gezin.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting aangegeven dat hij niet precies op de hoogte is van de huidige woonsituatie van eiseres.
5. Verweerder heeft ter zitting vermeld dat eiseres sinds 11 november 2021 is verhuisd naar de [adres] [huisnummer] te [plaats] , gemeente [provincie] .
6. De rechtbank stelt vast dat eiseres onvoldoende procesbelang heeft bij de beoordeling van haar beroep, nu zij is verhuisd naar [plaats] .
7. Gelet op het voorgaande is het beroep van eiseres niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling is bij deze uitkomst geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.R. van Veen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.