Bestuursrecht overig
Verweerder is aan eiseres tegemoetgekomen. Eiseres heeft de zaak ingetrokken met het verzoek verweerder in de…
Rechtbank Den Haag, 6 mei 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:4191 · Rechtbank Den Haag · 6 mei 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2021-4191
Zaakgegevens
Op 6 mei 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 6 mei 2021
- Datum publicatie
- 26 april 2021
- Zaaknummer
- 21_49
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:4191
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verweerder is aan eiseres tegemoetgekomen. Eiseres heeft de zaak ingetrokken met het verzoek verweerder in de proceskosten te veroordelen. De rechtbank heeft verweerder vervolgens veroordeelt in de proceskosten.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/49
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. G. Gabrelian),
en
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder.
Procesverloop
Op 31 december 2020 heeft eiseres beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 18 december 2020.
Bij brief van 4 maart 2021 heeft verweerder meegedeeld dat alsnog aan de bezwaren is tegemoetgekomen. Tevens heeft verweerder meegedeeld dat hij zich inzake de proceskostenveroordeling zal refereren aan het oordeel van de rechtbank.
Eiseres heeft vervolgens bij brief van 27 maart 2021 het beroep ingetrokken en heeft daarbij verzocht verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, op verzoek van de indiener, dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van die wet.
3. Verweerder is aan eiseres tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb. Aan eiseres is ter zake van het beroep door een derde beroepsmatig rechtsbijstand verleend, bestaande uit het indienen van een beroepschrift.
4. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 534,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1).
5. Overigens wijst de rechtbank er op dat het in deze zaak betaalde griffierecht van
€ 48,-, op de voet van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb door verweerder aan eiseres moet worden vergoed.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van
€ 534,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. Ebbeling, rechter, in aanwezigheid van
F.J. Leegstraten, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 van de Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.