Bestuursrecht overig
verkrijging van het Nederlanderschap door optie: ongegrond
Rechtbank Den Haag, 2 november 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:12086 · Rechtbank Den Haag · 2 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-12086
Zaakgegevens
Op 2 november 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 2 november 2022
- Datum publicatie
- 15 november 2022
- Zaaknummer
- SGR 21/7623
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12086
Samenvatting
verkrijging van het Nederlanderschap door optie: ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/7623
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 november 2022 in de zaak tussen
[eiser]
, eiser
(gemachtigde: mr. T. Mustafazade),
en
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
(gemachtigden: M. Gürsültür en S. Topaloglu).
I. Procesverloop
In het besluit van 6 februari 2020 (primair besluit) heeft verweerder geweigerd de verklaring van eiser ter verkrijging van het Nederlanderschap door optie te bevestigen.
In het besluit van 18 oktober 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift in gediend.
Het onderzoek ter zitting heeft op 2 november 2022 plaatsgevonden. De gemachtigde van eiser was via videoverbinding aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Het bestreden besluit
1. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Het beroep is ongegrond. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. In geschil is of verweerder kon volstaan om eiser via e-mailverkeer uit te nodigen voor de hoorzitting in bezwaar. Naar het oordeel van de rechtbank is er voldoende correspondentie/e-mail verkeer waaruit blijkt dat gemachtigde eerdere per e-mail verzonden uitnodigingen van verweerder voor een hoorzitting heeft ontvangen. Ook is niet in geschil dat eisers gemachtigde kenbaar heeft gemaakt dat zij per email voldoende bereikbaar is. Daarom mocht verweerder ervan uitgaan dat de uitnodiging van 4 augustus 2021 voor de hoorzitting op 2 september 2021 ook is aangekomen bij gemachtigde. Het betoog dat het niet horen van eiser in bezwaar als gevolg moet hebben dat het bestreden besluit onrechtmatig is, slaagt niet.
3. Voor vergoeding van proceskosten is geen aanleiding.
III. Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. N.Y, Majoor, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 november 2022.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.