Bestuursrecht overig
Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig
Rechtbank Den Haag, 8 december 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:13246 · Rechtbank Den Haag · 8 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-13246
Zaakgegevens
Op 8 december 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 8 december 2022
- Datum publicatie
- 8 december 2022
- Zaaknummer
- 21/7309
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13246
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
heropening onderzoek
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/7309
heropening onderzoek van de enkelvoudige kamer van 6 december 2022 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
en
de Burgemeester van Zoetermeer, verweerder
(gemachtigde: mr. M.J.H. Janssen).
Overwegingen
De rechtbank heeft het beroep op 6 december 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de zoon van eiseres en de gemachtigde van verweerder. De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek niet volledig is geweest en heropend dient te worden.
Zij overweegt daartoe het volgende.
1.
De rechtbank stelt vast dat zowel de bestuurlijke rapportage van 4 maart 2021 als de aanvullende informatie van de politie van 25 maart 2021 niet zijn vastgelegd in een ambtsedig of op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal. De rechtbank stelt verweerder in de gelegenheid de informatie in een ambtsedig opgemaakt proces-verbaal vast te leggen.
2. Voorts stelt de rechtbank verweerder in de gelegenheid om aan te geven en nader te onderbouwen op grond waarvan de bestuurlijke rapportage is opgemaakt. Daartoe behoren onder andere de in het rapport genoemde politiemutaties en een onderbouwing van de verwondingen van de hond Marley. Persoonsgegevens hoeven hierbij niet te worden verstrekt.
3. De rechtbank verzoekt verweerder om binnen vier weken na verzending van deze beslissing de gevraagde informatie aan de rechtbank te verstrekken, waarna eiseres de gelegenheid krijgt om binnen vier weken na ontvangst hiervan daarop een schriftelijke reactie te geven.
4. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen toestemming geven voor verdere afhandeling van het beroep buiten zitting. Indien dit anders is, kunnen zij dit schriftelijk laten weten.
Beslissing
De rechtbank heropent het onderzoek en bepaalt dat partijen handelen zoals hierboven weergegeven.
griffier rechter
mr. J.R. van Veen mr. A.M. de Wit
Afschrift verzonden aan partijen op: