Bestuursrecht overig
Last onder dwansom, handelen in drugs. Beroep ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 24 augustus 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:8526 · Rechtbank Den Haag · 24 augustus 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-8526
Zaakgegevens
Op 24 augustus 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 augustus 2022
- Datum publicatie
- 25 augustus 2022
- Zaaknummer
- 21/3728
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:8526
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Last onder dwansom, handelen in drugs. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/3728
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 augustus 2022 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
(gemachtigde: mr. T. Altindag),
en
de burgemeester van Oegstgeest, verweerder
(gemachtigde: mr. E.M. Oskam).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep tegen de last onder dwangsom die aan eiser is opgelegd wegens het overtreden van het verbod om op straat te handelen in drugs.
Met het bestreden besluit van 21 april 2021 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit gebleven.
De rechtbank heeft het beroep op 27 juli 2022 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt of verweerder terecht de last onder dwangsom aan eiser heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
De rechtbank oordeelt dat het beroep van eiser ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Waar gaat deze zaak over?
3. Verweerder heeft van de politie twee bestuurlijke rapportages ontvangen. Naar aanleiding van deze rapportages heeft verweerder een preventieve last onder dwangsom opgelegd aan eiser.
Uit die rapportages blijkt dat op 11 augustus 2020 een “meld misdaad anoniem” melding is ontvangen. Volgens die melding zou eiser drugs dealen in en om de gemeente Leiden.
In die rapportages beschrijft de politie ook de volgende drie aanhoudingen:
21 augustus 2020
Eiser is op 21 augustus 2020 aangehouden. Eiser reed op dat moment in een auto. Boven de broeksband van eiser stak toen een ponypack met cocaïne uit. In het dashboardkasje van de auto trof de politie in een sok aan:
- 18 witte ponypacks met hierin een wit poeder (na test bleek dit cocaïne);
- 14 grijze ponypacks met hierin een wit poeder (na test bleek dit cocaïne);
- 11 gripzakjes met hierin wit poeder (na test bleek dit cocaïne);
- 4 gripzakjes met hierin witte kleine kristallen (na test bleek dit ketamine);
- 3 gripzakjes met hierin totaal 26 groene tabletten (na test bleek dit XTC);
- 3 gripzakjes met hierin bruine kristallen (na test bleken dit opiaten);
- 3 gripzakjes met een witte plakkerige substantie (na test bleek dit amfetamine).
Volgens het proces-verbaal van aanhouding zou eiser tijdens de aanhouding hebben verklaard dat hij maar één sok bij zich had.
Uit de politierapportage blijkt verder dat de politie € 105,- contant geld heeft aangetroffen en een mobiele telefoon. Na onderzoek zijn twee druggerelateerde chatgesprekken op de telefoon van eiser ontdekt. In een chatgesprek stonden 535 berichten. In die berichten gaat het om “het aardig moeten doen tegen nieuwe klanten” en “het op de pof kunnen verkopen”. In dat chatgesprek komen ook de termen keta (ketamine) en assie (hasj) voor.
30 juli 2020
Eiser is op 30 juli 2020 na een politie-achtervolging aangehouden. Eiser reed toen in dezelfde auto als op 21 augustus 2020. Drie kwartier na de aanhouding is drugs aangetroffen op de route die eiser tijdens de vluchtpoging heeft afgelegd. De politie vermoedt dat eiser die drugs tijdens de vlucht heeft weggegooid. Het ging toen om de volgende drugs:
- 39 kamagra pillen;
- 27 pony packs met cocaïne;
- 17 xtc-pillen.
25 januari 2020
Daarnaast blijkt uit de politierapportage dat eiser op 25 januari 2020 is aangehouden in verband met het witwassen en handel in, dan wel bezitten van stoffen van lijst 1 van de Opiumwet. Voorafgaand aan deze aanhouding heeft de politie ook gezien dat eiser drugs verstrekte aan een harddrugsverslaafde. Bij eiser zijn toen een wikkel cocaïne en 18 briefjes van 50 euro, 24 briefjes van 20 euro en 7 briefjes van 10 euro aangetroffen.
Eiser is strafrechtelijk veroordeeld voor het bezit van de drugs, die op 21 augustus 2020, is aangetroffen. Wegens die veroordeling is eiser gedetineerd geweest in de Penitentiaire Inrichting Alphen aan den Rijn.
Wat zijn de regels?
4. Op grond van artikel 2:74 van de plaatselijke verordening is het verboden om zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
De bestuurlijke preventieve last onder dwangsom is een herstelsanctie die strekt tot het voorkomen van herhaling van de overtreding.
Wat vindt eiser
5. Eiser betoogt dat verweerder niet bevoegd is om de last onder dwangsom op te leggen vanwege de aanhouding van 21 augustus 2020. Verweerder had moeten volstaan met een waarschuwing. De aangetroffen drugs in het dasboardkastje waren namelijk niet van eiser. Ook was geen sprake van “drugshandel”. Eiser is weliswaar strafrechtelijk veroordeeld voor het bezitten van de drugs maar niet voor de handel daarvan.
Mocht verweerder de last onder dwangsom opleggen?
6. Verweerder is bevoegd een last onder bestuursdwang op te leggen. In de regel moet verweerder gebruik maken van deze bevoegdheid als daarmee een algemeen belang is gediend. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van verweerder worden gevergd, dit niet te doen. Handhavend optreden kan zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.
De rechtbank stelt vast dat eiser artikel 2.74 van de plaatselijke verordening heeft overtreden op 21 augustus 2020. Verweerder is daarom gehouden om handhavend op te treden. Eiser is strafrechtelijk veroordeeld voor het in bezit hebben van aanzienlijke hoeveelheden harddrugs. De aanzienlijke hoeveelheid en verschillende soorten klein verpakte drugs duiden op dealen. De berichten op de telefoon van eiser wijzen hier ook op. Daarnaast past de aanhouding van 21 augustus 2020 in het patroon van de aanhoudingen van 30 juli 2020 en 25 januari 2020. Bij de aanhouding van 30 juli 2020 bestaat het vermoeden dat eiser aanzienlijke hoeveelheden drugs in kleine verpakkingen in dezelfde auto vervoerde. Bij de aanhouding van 25 januari 2020 is eiser daadwerkelijk betrapt op het dealen van harddrugs.
Het in strijd handelen met artikel 2.74 van de plaatselijke verordening vereist geen strafwaardige betrokkenheid bij het kopen of te koop aanbieden van de in de Opiumwet genoemde middelen. Het feit dat eiser strafrechtelijk enkel is veroordeeld voor bezit van de drugs en niet voor het dealen doet dus niet af aan de overtreding van artikel 2.74 van de plaatselijke verordening.
Deze beroepsgrond slaagt niet.
Is de last onder dwangsom geschikt, noodzakelijk en evenwichtig?
De rechtbank stelt vast dat het opleggen van een preventieve last onder dwangsom een geschikt middel is om het doel te bereiken. Namelijk het voorkomen en bestrijden van drugshandel op straat. Eiser was vóór 21 augustus 2020 al twee keer eerder in aanraking gekomen met de politie. In beide gevallen was sprake van het dealen van drugs, dan wel feiten die daarop duiden. De eerdere twee aanhoudingen hebben niet geleid tot ander gedrag. Sterker nog, eiser is voor de derde keer aangehouden met aanzienlijke hoeveelheden drugs in kleine verpakkingen. Het is daarom niet aannemelijk dat een waarschuwing voldoende effect zal sorteren. Het opleggen van een preventieve last onder dwangsom is dus noodzakelijk om het ongewenste en strafwaardige gedrag van eiser te voorkomen. Als eiser zich aan de voor iedereen geldende wet- en regelgeving houdt, dan ondervindt hij geen gevolgen van de last onder dwangsom. De last onder dwangsom is daarom niet onevenwichtig.
Deze beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser € 2.000,-, met een maximum van € 20.000,-, moet betalen voor elke keer dat hij tot drie jaar na 10 november 2020 artikel 2.74 van de Algemene Plaatselijke Verordening Oegstgeest 2017 overtreedt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Perniciaro, rechter, in aanwezigheid van mr. B. Bruijne, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2022.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.