Bestuursrecht overig
Wegenverkeerswet 1994. Blokkering tweede onderzoek naar geschiktheid. Rijbewijs ongeldig verklaard wegens…
Rechtbank Den Haag, 2 september 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:8723 · Rechtbank Den Haag · 2 september 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-8723
Zaakgegevens
Op 2 september 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 2 september 2022
- Datum publicatie
- 31 augustus 2022
- Zaaknummer
- AWB - 22 _ 3105
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:8723
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wegenverkeerswet 1994. Blokkering tweede onderzoek naar geschiktheid. Rijbewijs ongeldig verklaard wegens niet verlenen vereiste medewerking..
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/3105
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 september 2022 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
(gemachtigde: mr. P.A.J. van Putten),
en
de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder
(gemachtigde: drs. M.M. van Dongen).
Procesverloop
Bij besluit van 24 maart 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder het rijbewijs van eiser ongeldig verklaard.
Bij besluit van 25 april 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De behandeling van het beroep op zitting heeft plaatsgevonden op 9 augustus 2022 met een beeld- en telefoonverbinding.
Eiser en zijn gemachtigde waren aanwezig. Ook was [A] aanwezig.
Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Waar gaat deze zaak over?
1. Verweerder heeft aan eiser een onderzoek naar de geschiktheid opgelegd omdat hij met een te hoog alcoholgehalte had deelgenomen aan het verkeer. R.A. Jokhoe, psychiater, heeft in zijn rapport geconcludeerd tot alcoholmisbruik. Eiser heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid van een tweede onderzoek. A. Brantsma, psychiater, heeft aan eiser een conceptrapport toegestuurd. Eiser heeft geen toestemming gegeven voor verzending van het rapport naar verweerder. Volgens verweerder heeft eiser hierdoor niet de vereiste medewerking aan het onderzoek verleend. Verweerder heeft daarom het rijbewijs van eiser ongeldig verklaard. Eiser is het hier niet mee eens.
Wat vindt eiser in beroep?
2. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte heeft geconcludeerd dat hij in zijn geheel niet zou hebben meegewerkt aan het onderzoek. Hij heeft aan beide oproepen om te verschijnen voor nader onderzoek gevolg gegeven. Hij heeft gebruik gemaakt van zijn recht op een tegenonderzoek. Alleen dit tweede onderzoek is niet ingestuurd naar het CBR. Het ingeroepen blokkeringsrecht voor het tweede onderzoek maakt enkel dat het eerste onderzoek als leidend dient te worden aangehouden. Bovendien heeft de psychiater aan het CBR medegedeeld dat bij het tegenonderzoek een conceptrapportage is opgemaakt. Deze was er niet geweest als geen sprake was geweest van medewerking. Zodoende staat vast dat eiser zijn volledige medewerking heeft verleend aan het hem door het CBR opgelegde onderzoek. Dit is anders in de door verweerder genoemde uitspraken van deze rechtbank en de hoogste bestuursrechter. Daar ging het om het niet verschijnen van de betrokkene. Ook wringt het dat hij pas een jaar na het blokkeren van het tweede onderzoek weer geschikt geacht kan worden.Een rijbewijs is voor hem noodzakelijk. Hij werkt als accountmanager in de buitendienst en dient zijn klanten in de omgeving van Rotterdam te bezoeken. Het is niet mogelijk om dit allemaal met het openbaar vervoer te doen. Als hij zijn rijbewijs niet terugkrijgt wordt zijn contract niet verlengd. Daarnaast voert hij aan dat de onderhavige situatie hem zeer bewust heeft gemaakt van zijn handelen en dat hij zijn alcoholgebruik heeft gereduceerd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
3. Het betoog van eiser dat als het blokkeringsrecht is ingeroepen bij het tweede onderzoek, het eerste onderzoek als leidend dient te worden aangehouden, slaagt niet. Uit vaste jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter volgt dat als een betrokkene met een beroep op het blokkeringsrecht het CBR verhindert van de uitslag van het psychiatrisch onderzoek kennis te nemen, dit moet worden aangemerkt als het niet verlenen van de vereiste medewerking. Verweerder is dan gehouden het rijbewijs ongeldig te verklaren. Dit is niet anders in de situatie dat het tweede onderzoek wordt geblokkeerd. In de uitspraak waarnaar verweerder heeft verwezen heeft de hoogste bestuursrechter overwogen dat de betrokkene door gebruik te maken van het blokkeringsrecht ten aanzien van het tweede onderzoek naar zijn geschiktheid niet de vereiste medewerking heeft verleend aan dat onderzoek en dat het CBR dus gehouden was het rijbewijs ongeldig te verklaren. De hoogste bestuursrechter heeft ook overwogen dat het blokkeringsrecht er niet toe dient om, nadat de betrokkene zelf om een tweede onderzoek heeft verzocht, vervolgens, indien dit onderzoek niet het gewenste resultaat heeft, te voorkomen dat het CBR aan dat resultaat de met het oog op de verkeersveiligheid noodzakelijke gevolgen verbindt. Dit neemt niet weg dat de betrokkene het recht heeft af te wegen of hij al dan niet zijn privacygevoelige gegevens prijs zal geven aan derden en van zijn blokkeringsrecht gebruik te maken. De gevolgen hiervan dienen dan wel voor zijn rekening en risico te komen.
4. Verweerder heeft zich dan ook niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat er sprake is van het niet verlenen van de vereiste medewerking zoals neergelegd in artikel 132, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wvw 1994 in samenhang met artikel 24, aanhef en onder b, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 (de Regeling). Verweerder was derhalve gehouden te besluiten tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van eiser.
5. De rechtbank overweegt dat in zeer uitzonderlijke gevallen een rechter kan oordelen dat de Regeling buiten toepassing moet blijven, omdat de gevolgen van de Regeling onevenredig uitwerken. Hoewel de gevolgen voor eiser ingrijpend zijn, omdat zijn contract mogelijk niet wordt verlengd, is naar het oordeel van de rechtbank van een zeer uitzonderlijk geval geen sprake.
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond.
7. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. M. de Graaf, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 september 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.