Bestuursrecht overig
Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig
Rechtbank Den Haag, 14 augustus 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:12065 · Rechtbank Den Haag · 14 augustus 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-12065
Zaakgegevens
Op 14 augustus 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 14 augustus 2023
- Datum publicatie
- 14 augustus 2023
- Zaaknummer
- 23_1618
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12065
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geen gronden
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/1618
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 augustus 2023 in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld kennelijk tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van
4 oktober 2022.
Bij e-mail van 16 februari 2023 is eiser verzocht om binnen vier weken de gronden van het beroep mee te delen.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden (de reden waarom in beroep is gegaan). Als dat niet gebeurt kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. Dat is alleen anders als het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat hij de gronden niet heeft toegestuurd.
3. Eiser heeft bij het indienen van het beroep de gronden niet vermeld. In de e-mail van de rechtbank van 16 februari 2023 staat dat, indien de gronden niet binnen de gestelde termijn worden ontvangen, niet-ontvankelijkverklaring kan volgen. Eiser heeft binnen de gestelde termijn geen gronden toegestuurd. Het is niet gebleken dat dit niet aan eiser is toe te rekenen.
4. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van
F.J.M. van den Berg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
14 augustus 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 van de Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.