Bestuursrecht overig

Geen griffierecht betaald

Rechtbank Den Haag, 14 augustus 2023

Zaakgegevens

Op 14 augustus 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
14 augustus 2023
Datum publicatie
14 augustus 2023
Zaaknummer
23_2463
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:12075
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Geen griffierecht betaald

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 23/2463

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 augustus 2023 in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. V. Kishoendajal),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van

6 februari 2023.

Bij aangetekende brief van 7 april 2023 is eiser eraan herinnerd dat hij griffierecht moet betalen (de herinnering). Uit informatie van PostNL is gebleken dat de herinnering op

13 april 2023 is uitgereikt.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41 van de Awb griffierecht betalen. Voor deze zaak is het griffierecht vastgesteld op € 184,-. De griffier stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet zijn betaald. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht betrokkene niet is toe te rekenen.

3. In de herinnering is eiser er nog eens op gewezen dat het griffierecht binnen vier weken moet zijn betaald en dat anders het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Eiser heeft het griffierecht niet betaald. Dat dit eiser niet is toe te rekenen, is niet gebleken.

4. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van

F.J.M. van den Berg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

14 augustus 2023.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 van de Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.