Bestuursrecht overig
Verweerder heeft de aanvraag voor studiefinanciering van eiseres terecht afgewezen, omdat haar stage niet kan…
Rechtbank Den Haag, 27 oktober 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:16085 · Rechtbank Den Haag · 27 oktober 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-16085
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2023
- Datum publicatie
- 25 oktober 2023
- Zaaknummer
- 23/495
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16085
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verweerder heeft de aanvraag voor studiefinanciering van eiseres terecht afgewezen, omdat haar stage niet kan worden aangemerkt als reële en daadwerkelijke arbeid; beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/495
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 oktober 2023 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. G. Gabrelian),
en
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder
(gemachtigde: mr. G.J.M. Naber).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of verweerder de aanvraag voor studiefinanciering van eiseres terecht heeft afgewezen.
Bij besluit van 29 juli 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor studiefinanciering van eiseres afgewezen. Verweerder heeft het daartegen gerichte bezwaar van eiseres ongegrond verklaard bij besluit van 1 december 2022 (het bestreden besluit).
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 16 oktober 2023 met behulp van een beeldverbinding. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beoordeling door de rechtbank
Wat heeft verweerder besloten?
2. Verweerder heeft de aanvraag voor studiefinanciering van eiseres over de periode van april 2022 tot en met december 2022 afgewezen, omdat eiseres niet aangemerkt kan worden als migrerend werknemer.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres voert aan dat zij wel als migrerend werknemer kan worden aangemerkt. Zij heeft een stage gelopen, die volgens haar moet worden aangemerkt als reële en daadwerkelijke arbeid.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat eiseres niet op grond van de beleidsregel als migrerend werknemer kan worden aangemerkt. De vraag die partijen verdeeld houdt is of eiseres desondanks als migrerend werknemer moet worden aangemerkt, omdat zij een stage heeft verricht onder de voorwaarden die voor reële en daadwerkelijke arbeid in loondienst gelden. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
Eiseres heeft haar stage niet krachtens een arbeidsovereenkomst verricht. De stageovereenkomst van eiseres vertoont weliswaar kenmerken van een arbeidsovereenkomst, namelijk dat er werkzaamheden worden verricht en er een vergoeding wordt betaald, maar kan desondanks niet als arbeidsovereenkomst aangemerkt worden, omdat de werkzaamheden die eiseres heeft verricht – hoe nuttig ook – in overwegende mate in het belang zijn van de opleiding die zij volgt. Dit blijkt ook uit de tekst van de stageovereenkomst. Eiseres heeft aangevoerd dat zij voltijd werkzaamheden heeft verricht, dat ze dat onder een gezagsverhouding heeft gedaan, dat zij een vergoeding heeft ontvangen, dat zij voor verlof in aanmerking komt, dat er een meldingsplicht geldt bij ziekte, dat zij zich aan de bedrijfsreglementen moet houden en dat geheimhouding verplicht is. Deze feiten en omstandigheden zijn onvoldoende om te concluderen dat de werkzaamheden van eiseres onder de voorwaarden die voor reële en daadwerkelijke arbeid in loondienst gelden, zijn verricht. De rechtbank kent in dit kader doorslaggevend gewicht toe aan het feit dat eiseres geen loon heeft ontvangen of gevorderd.
Verdere feiten of omstandigheden die met zich brengen dat de werkzaamheden van eiseres - ondanks de afwezigheid van een arbeidsovereenkomst en bijbehorende loonvordering - zijn verricht onder de voorwaarden die voor reële en daadwerkelijke arbeid in loondienst gelden, zijn niet gesteld of gebleken. Het betoog van eiseres slaagt niet.
6. Het beroep is ongegrond. Verweerder hoeft de kosten die eiseres heeft gemaakt voor deze procedure niet te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Janmaat, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2023.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.